Burgerlijk procesrecht
Geen concrete feiten en omstandigheden - misbruikbepaling
Rechtbank Limburg, 25 januari 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:717 · Rechtbank Limburg · 25 januari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/wraking/ecli-nl-rblim-2017-717
Zaakgegevens
Op 25 januari 2017 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 25 januari 2017
- Datum publicatie
- 26 januari 2017
- Zaaknummer
- C/03/230878 ha rk 17/14
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2017:717
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geen concrete feiten en omstandigheden - misbruikbepaling
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/230878 / HA RK 17/14
Datum uitspraak: 25 januari 2017
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker] ,
thans verblijvende in de Mondriaan, locatie Vijverdalseweg 1 te Maastricht,
dat strekt tot wraking van mr. J.N.F. Sleddens, rechter in deze rechtbank (hierna: de rechter).
1 De procedure
Tijdens de zitting van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken van deze rechtbank op 19 januari 2017 heeft verzoeker de wraking verzocht van de rechter.
De rechter heeft op 19 januari 2017, in een schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek, de wrakingskamer bericht niet te berusten.
De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 januari 2017. Ter zitting is de verzoeker niet verschenen. De rechter is evenmin verschenen.
De wrakingskamer heeft op 25 januari 2017 uitspraak gedaan.
2 Het standpunt van verzoeker
Verzoeker heeft de rechter gewraakt, omdat hij van mening is dat de rechter vooringenomen is.
3 Het standpunt van de rechter
De rechter heeft in een schriftelijke reactie - kort gezegd - gesteld dat hij niet vooringenomen was.
4 De beoordeling
De wrakingskamer stelt vast, en is daarmee van oordeel, dat verzoeker geen gronden heeft aangevoerd voor zijn wrakingsverzoek. Het verzoek is dan ook ongegrond en zal worden afgewezen.
In het feit dat verzoeker in een zeer korte tijdsspanne in totaal drie ongegronde wrakingsverzoeken heeft ingediend, tegen drie verschillende rechters, ziet de wrakingskamer aanleiding de misbruikbepaling van artikel 39, vierde lid, Rv van toepassing te verklaren. Dit betekent dat een volgend verzoek tot wraking van mrs. Bax, Sleddens of Van Uum in de thans door hen behandelde zaken, dan wel een gelijk gemotiveerd verzoek tegen een opvolgend rechter in diezelfde zaken, niet in behandeling wordt genomen.
5 De beslissing
De wrakingskamer:
- wijst het verzoek tot wraking van mr. J.N.F. Sleddens af;
- bepaalt dat een volgend verzoek als bedoeld onder 4.2 niet in behandeling wordt genomen.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.P. van Unen, voorzitter, mr. F.L.G. Geisel en
mr. J.J. Groen, leden, bijgestaan door mr. C.K. Spronk als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2017.