Civiel recht overig

Executiegeschil ter zake van een ontruimingsvonnis. Vordering in kort geding tot schorsing van de executie…

Rechtbank Limburg, 25 januari 2016

Zaakgegevens

Op 25 januari 2016 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
25 januari 2016
Datum publicatie
27 januari 2016
Zaaknummer
4769487 CV EXPL 16-1005
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2016:632
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Executiegeschil ter zake van een ontruimingsvonnis. Vordering in kort geding tot schorsing van de executie afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer: 4769487 CV EXPL 16-1005

Vonnis in kort geding van 25 januari 2016

in de zaak van

[eiseres]

wonend te [woonplaats] aan het adres [adres] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. M. Raaijmakers

tegen

STICHTING WONEN ZUID

gevestigd te Roermond,

gedaagde partij,

gemachtigde W.V.J.M. Bonnie.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Wonen Zuid genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het exploot van dagvaarding d.d. 22 januari 2016

  • het e-mailbericht met producties van de zijde van [eiseres]

  • de mondelinge behandeling d.d. 25 januari 2016, waar beide partijen zijn verschenen en ermee hebben ingestemd dat onmiddellijk mondeling vonnis werd gewezen, dat hierna wordt vastgelegd.

2 De vordering

2.1.

[eiseres] vordert schorsing van de executie van het verstekvonnis van de kantonrechter van deze rechtbank d.d. 30 december 2015 met registratienummer 4666001 CV EXPL 15-12297, waarbij - samengevat en voor zover thans relevant - de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan de [adres] is ontbonden en [eiseres] is veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen twee weken na betekening van dat vonnis.

3 De beoordeling

3.1.

De vordering wordt afgewezen. Criterium voor schorsing van de executie is, ook volgens [eiseres] , dat op grond van ná het verstekvonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten door executie van het vonnis klaarblijkelijk een noodtoestand zal ontstaan, waardoor onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. De door [eiseres] aangevoerde omstandigheden voldoen niet aan dit criterium. Het zijn in de eerste plaats geen feiten maar toekomstverwachtingen. Ze zijn in de tweede plaats niet ná het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen.

3.2.

Overigens heeft Wonen Zuid ter zitting te kennen gegeven dat haar eerst op dat moment ter ore is gekomen dat verzet tegen het verstekvonnis zal worden ingesteld en dat zij bereid is om - alvorens al dan niet tot executie over te gaan - de uitkomst van het verzet af te wachten.

3.3.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Wonen Zuid tot de datum van dit vonnis begroot op

€ 400,00 aan salaris gemachtigde.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

wijst de vordering af,

4.2.

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Wonen Zuid tot de datum van dit vonnis begroot op € 400,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en is in het openbaar uitgesproken.

RK