Civiel recht overig
Oordeel over proceskosten, nadat partijen ten gronde een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten.
Rechtbank Limburg, 10 mei 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:4397 · Rechtbank Limburg · 10 mei 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rblim-2017-4397
Zaakgegevens
Op 10 mei 2017 heeft de Rechtbank Limburg in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 10 mei 2017
- Datum publicatie
- 12 mei 2017
- Zaaknummer
- C/03/234429 / KG ZA 17-195
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2017:4397
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Oordeel over proceskosten, nadat partijen ten gronde een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer: C/03/234429 / KG ZA 17-195
Vonnis in kort geding van 10 mei 2017
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VOERENDAAL,
zetelend te Voerendaal,
eiseres,
advocaat mr. H.A.J. Stollenwerck;
tegen:
[gedaagde] ,
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. R. Jacobs.
Partijen zullen hierna de gemeente Voerendaal en [gedaagde] genoemd worden.
1 Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding;
-
de mondelinge behandeling;
-
de pleitnota van de gemeente Voerendaal.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Partijen hebben, behalve met betrekking tot de proceskosten, ten aanzien van het geschil een regeling getroffen, die is vastgelegd in een apart proces-verbaal. In dit vonnis hoeft dan ook enkel nog te worden beslist over de proceskosten.
De voorzieningenrechter overweegt daaromtrent het volgende. Ter zitting heeft [gedaagde] erkend dat hij, zoals door gemeente Voerendaal ook was gesteld, nog een bedrag is verschuldigd van fl. 69.150,--, en dat deze vordering is verzekerd met een recht van hypotheek ten behoeve van de gemeente Voerendaal. Dit betekent dat de gemeente Voerendaal, indien nodig, kan overgaan tot executoriale verkoop van het door [gedaagde] aan de gemeente Voerendaal verhypothekeerde, hetgeen in feite de inzet was van dit kort geding.
[gedaagde] had de erkenning van de verschuldigdheid in ieder geval uiterlijk kunnen doen na het uitbrengen van de dagvaarding, zodat een behandeling ter zitting niet nodig zou zijn geweest. Gesteld noch gebleken is immers dat pas ter zitting door de gemeente Voerendaal feiten naar voren zijn gebracht die rechtvaardigen dat [gedaagde] toen pas de vordering van de gemeente Voerendaal heeft erkend.
De gemeente Voerendaal heeft gesteld dat dit rechtvaardigt dat de proceskosten worden gecompenseerd.
De voorzieningenrechter is met de gemeente Voerendaal van oordeel dat de (proces)houding van [gedaagde] , zoals gebleken uit het vorenstaande, rechtvaardigt dat de proceskosten worden gecompenseerd.
3 De beslissing
De voorzieningenrechter compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.E. Elzinga, rechter, en in het openbaar uitgesproken.