Goederenrecht
Herstelvonnis. Schending van artikel 17 Ow? Nee. Partijen hebben uiteenlopende standpunten over de te betalen…
Rechtbank Limburg, 18 september 2019
ECLI:NL:RBLIM:2019:9376 · Rechtbank Limburg · 18 september 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/goederenrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rblim-2019-9376
Zaakgegevens
Op 18 september 2019 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over goederenrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Roermond
- Datum uitspraak
- 18 september 2019
- Datum publicatie
- 22 oktober 2019
- Zaaknummer
- C/03/25804/HAZA 18-615
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Goederenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2019:9376
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herstelvonnis. Schending van artikel 17 Ow? Nee. Partijen hebben uiteenlopende standpunten over de te betalen schadeloosstelling, maar dat maakt niet dat de gemeente niet zou kunnen of mogen vasthouden aan haar finale bod. Zeker niet, nu dit bod met taxatierapporten is onderbouwd en niet gezegd kan worden dat het bod op het eerste gezicht onredelijk is.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
zaaknummer / rolnummer: C/03/258094 / HA ZA 18-615
Herstelvonnis van 18 september 2019
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE GENNEP,
zetelend te Gennep,
eiseres,
advocaat mr. M.H.P. Bullens,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde] ,
gedaagde,
advocaat mr. P.L.G. Haccou.
Partijen zullen hierna Gemeente Gennep en [gedaagde] B.V. genoemd worden.
1 Het verzoek tot verbetering
Bij brief van 12 september 2019 is namens de gemeente Gennep de rechtbank verzocht om verbetering van het op 10 juli 2019 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat daar waar in het vonnis “de Staat” staat, te wijzigen in “de gemeente Gennep”.
De rechtbank heeft [gedaagde] B.V. in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.
Mr. P.L.G. Haccou heeft namens [gedaagde] B.V. op 12 september 2019 telefonisch aan de rechtbank bericht geen bezwaar tegen inwilliging van het verzoek te hebben.
2 De beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 10 juli 2019 sprake is van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.
3 De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat nr. 3.2. en 3.7. van het op 10 juli 2019 tussen Gemeente Gennep en [gedaagde] B.V. gewezen vonnis, waar staat
“de Staat”
wordt gewijzigd in
“de gemeente Gennep”,
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 18 september 2019 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 10 juli 2019,
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het reeds eerder verbeterde vonnis van 10 juli 2019 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kluin, mr. A.H.M.J.F. Piëtte en mr. G.J. Krens en in het openbaar uitgesproken door mr. A.H.M.J.F. Piëtte op 18 september 2019.