Internationaal privaatrecht

Bijzondere overeenkomst. Vordering tot betaling van factuur medische behandelingen. Belgisch recht.

Rechtbank Limburg, 23 september 2026

Zaakgegevens

Op 23 september 2026 heeft de Rechtbank Limburg in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over internationaal privaatrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
23 september 2026
Datum publicatie
14 september 2026
Zaaknummer
12219073 \ CV EXPL 26-2517
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:9763
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bijzondere overeenkomst. Vordering tot betaling van factuur medische behandelingen. Belgisch recht.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 12219073 \ CV EXPL 26-2517

Vonnis van 23 september 2026

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

VRIJE UNIVERSITEIT BRUSSEL,

te Jette, België,

eisende partij,

hierna te noemen: VU Brussel,

gemachtigde: [gemachtigde] LL.M., Modero gerechtsdeurwaarders Amsterdam

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding
- de schriftelijke weergave van het mondelinge antwoord
- de conclusie van repliek
- [gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek genomen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] heeft meerdere medische behandelingen ondergaan bij VU Brussel.

3 Het geschil

3.1.

VU Brussel vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot:

I. betaling van € 282,02, te vermeerderen met de Belgische wettelijke consumentenrente over € 1.427,80 vanaf 27 maart 2026;

II. betaling van de proceskosten.

3.2.

VU Brussel legt aan haar vordering ten grondslag dat zij medische prestaties heeft geleverd aan [gedaagde] die niet volledig zijn betaald.

3.3.

[gedaagde] voert verweer en voert aan dat zij de medische behandelingen vooraf moest betalen. Ook heeft zij nooit brieven ontvangen over een achterstand of is zij op andere wijze door VU Brussel aangesproken.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Internationaal karakter

4.1.

De zaak heeft een internationaal karakter omdat VU Brussel in België gevestigd is. De kantonrechter moet daarom ambtshalve nagaan of hij bevoegd is om van het geschil kennis te nemen en welk recht op het geschil van toepassing is.

Bevoegdheid

4.2.

De bevoegdheid dient de kantonrechter vast te stellen aan de hand van de Brussel

I-bis verordening. Uitgangspunt is dat een gedaagde wordt opgeroepen voor een gerecht in de lidstaat waar hij of zij woont. Nu [gedaagde] in Nederland ( [plaats] ) woont, is de kantonrechter van [plaats] bevoegd om van het geschil kennis te nemen.

Toepasselijk recht

4.3.

VU Brussel heeft haar vordering gebaseerd op nakoming van de tussen partijen overeengekomen werkzaamheden. Om te beoordelen welk recht op dit geschil van toepassing is, moet gekeken worden naar de Rome I-verordening (hierna: Rome I). Partijen hebben zelf geen rechtskeuze gemaakt. Omdat VU Brussel kan worden aangemerkt als een dienstverlener, is Belgisch recht van toepassing op de tussen partijen gesloten overeenkomst.

Facturen

4.4.

Dat [gedaagde] bij VU Brussel medische behandelingen heeft ondergaan is niet betwist. De vraag is of zij deze behandelingen volledig heeft betaald. VU Brussel stelt dat er nog een bedrag van € 282,02 open staat. [gedaagde] betwist dit en voert aan dat zij voorafgaand aan de behandelingen heeft moeten betalen.

4.5.

Op de door VU Brussel overgelegde facturen is te zien dat [gedaagde] voor de meeste behandelingen voorschotten heeft betaald. Van de totale kosten van € 1.387,80 heeft [gedaagde] het bedrag van € 1.275,00 aan voorschotten betaald. Daardoor blijft er nog een bedrag openstaan van € 112,80 (zijnde € 1.387,80 - € 1.275,00). Dit bedrag zal worden toegewezen.

Bijkomende kosten

4.6.

VU Brussel stelt dat [gedaagde] op grond van boek XIX van het Wetboek van Economisch Recht (hierna: WER) bijkomende kosten verschuldigd is en vordert in totaal het bedrag van (2 x € 20,00) € 40,00. VU Brussel voert daartoe aan dat zij [gedaagde] voor twee openstaande facturen, voor elke factuur apart, een kosteloze herinnering heeft verstuurd ex artikel XIX.2 WER, waarin [gedaagde] is gewezen op de forfaitaire vergoeding ex artikel XIX.4 onder 2° WER van € 20,00 (per herinnering). [gedaagde] heeft aanvankelijk de ontvangst van de brieven betwist, waarna UV Brussel bij repliek gemotiveerd heeft onderbouwd dat zij zowel de facturen, als herinneringen en incassobrieven per post naar het adres van [gedaagde] heeft verzonden. Nu [gedaagde] , hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen conclusie van dupliek heeft genomen, gaat de kantonrechter ervan uit dat [gedaagde] niet langer de ontvangst van de brieven betwist. Daardoor kan ervan worden uitgegaan dat VU Brussel de herinneringsbrieven aan [gedaagde] heeft verzonden. Doordat betaling van [gedaagde] na de herinneringen is uitgebleven is zij de forfaitaire vergoeding ex artikel XIX.4 van totaal € 40,00 verschuldigd. Ook dit bedrag zal worden toegewezen.

Rente

4.7.

VU Brussel vordert de Belgische wettelijke consumentenrente over het verschuldigde bedrag vanaf de datum van het verstrijken van de betalingstermijn van de facturen. Omdat [gedaagde] deze vordering niet heeft betwist, is deze in beginsel toewijsbaar. VU Brussel heeft echter onder randnummer j) van de dagvaarding een berekening gemaakt van het openstaand bedrag. Daaruit is op te maken dat VU Brussel over het volledige factuurbedrag van alle medische behandelingen tezamen de wettelijke rente heeft berekend en pas daarna de betaalde voorschotten ervan heeft afgetrokken. Deze handelswijze is incorrect, omdat [gedaagde] de voorschotten heeft betaald op dezelfde dag dat zij de betreffende medische behandeling heeft ondergaan. Daardoor had VU Brussel het betreffende voorschot op de betreffende factuur in mindering moeten brengen, alvorens daarover de verschuldigde wettelijke rente te berekenen. Bovendien bedraagt de Belgische wettelijke consumentenrente vanaf 1 januari 2025 geen 5,75% op jaarbasis zoals door VU Brussel is gesteld, maar 4,50% op jaarbasis.

4.8.

De conclusie is dat de Belgische wettelijke consumentenrechten zal worden toegewezen zoals opgenomen in de beslissing.

Proceskosten

4.9.

[gedaagde] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vrije Universiteit Brussel worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

127,08

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

174,00

(2 punten × € 87,00)

- nakosten

€

21,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

461,58

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan VU Brussel te betalen een bedrag van € 112,80, te vermeerderen met de Belgische wettelijke consumentenrente vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan VU Brussel te betalen een bedrag van € 40,00 aan forfaitaire vergoeding,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 461,58, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.

Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. Artikel 4 lid 1 Brussel I-bis. Verordening (EG) 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst. Artikel 6 lid 3 jo artikel 4 lid 1 sub b Rome I. Productie EP1 bij de dagvaarding.