Personen- en familierecht
CBM: afwijzing verzoek opheffing bewind. Opdracht aan betrokkene om een zelfstandigheidstraject te volgen en…
Rechtbank Limburg, 12 oktober 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:10639 · Rechtbank Limburg · 12 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rblim-2026-10639
Zaakgegevens
Op 12 oktober 2026 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 12 oktober 2026
- Datum publicatie
- 6 oktober 2026
- Zaaknummer
- 12242880 BM VERZ 26-2272
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2026:10639
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
CBM: afwijzing verzoek opheffing bewind. Opdracht aan betrokkene om een zelfstandigheidstraject te volgen en aan bewindvoerder om na 6 maanden verslag hiervan te doen.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer : 12242880 BM VERZ 26-2272
dossiernummer : [nummer]
datum : 12 oktober 2026
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats], Irak, op [geboortedag] 1990,
wonende te [woonadres],
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerder Zuyd Financieel Beheer B.V.,
kantoorhoudende te 6163 CX Geleen, Transportlaan 127.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 26 mei 2026;
- de schriftelijke reactie van de bewindvoerder.
Het verzoek is mondeling behandeld op 21 september 2026.
beoordeling
Bij beschikking van 7 juli 2021 is met ingang van 16 juli 2021 bewind ingesteld over de goederen die aan de betrokkene (zullen) toebehoren, wegens haar lichamelijke of geestelijke toestand.
De betrokkene vraagt om opheffing van het bewind.
Ter ondersteuning van het verzoek deelt de betrokkene mee dat de grondslag van het bewind niet meer aanwezig is. Hij woont inmiddels negen jaar in Nederland en hij acht zichzelf in staat om zijn financiële zaken zelf te regelen.
De bewindvoerder heeft aangegeven niet akkoord te zijn met het verzoek omdat de betrokkene nu nog te veel afhankelijk is van andere mensen en er nog niet is toegewerkt naar meer zelfstandigheid, waarvoor de betrokkene een zelfredzaamheidstraject zou moeten doorlopen.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is aannemelijk geworden dat de noodzaak voor bewind nog steeds aanwezig is. Daarnaast heeft de betrokkene niet aangetoond zijn vermogensrechtelijke belangen zelf te kunnen behartigen. Hiervoor zal hij eerst een zelfredzaamheidstraject van een half jaar dienen te doorlopen. Het verzoek tot opheffing van het bewind zal daarom op dit moment worden afgewezen.
beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af,
- draagt de bewindvoerder op om uiterlijk 1 april 2027 verslag te doen van het verloop van het zelfstandigheidstraject.
Deze beschikking is gegeven door mr. Drenth, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.