Personen- en familierecht
Ongedaanmaking eerdere verwerping is niet mogelijk. Kantonrechter volgt a contrario redenering op grond van…
Rechtbank Limburg, 7 juni 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:5283 · Rechtbank Limburg · 7 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rblim-2017-5283
Zaakgegevens
Op 7 juni 2017 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Roermond
- Datum uitspraak
- 7 juni 2017
- Datum publicatie
- 7 juni 2017
- Zaaknummer
- 5834548/EZ/17-79
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2017:5283
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ongedaanmaking eerdere verwerping is niet mogelijk. Kantonrechter volgt a contrario redenering op grond van artikel 4:194a BW van verzoeker niet.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 5834548 \ EZ VERZ 17-79
Beschikking erfrecht van de kantonrechter van 7 juni 2017.
Gezien het op 17 maart 2017 ter griffie van de rechtbank, burgerlijk recht / kanton, locatie Roermond door mevr. mr. A.C.M. FOKKEMA-SCHUTE, verbonden aan Fokkema Linssen notarissen te Rotterdam, ingediend verzoek.
Verzoekster is bij beschikking van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, van 10 december 2014 benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van de heer [erflater] , geboren te [geboorteplaats erflater] op [geboortedag erflater] 1979 en overleden te [plaats van overlijden] op [overlijdensdag] 2014. Het laatste woonadres van erflater was [woonplaats erflater] , [woonadres erflater] .
De ouders en zus van erflater hebben de nalatenschap op 19 juni 2014 verworpen.
Het verzoek strekt ertoe de verwerping door de ouders en de zus van erflater ongedaan te maken, zodat de nalatenschap alsnog beneficiair kan worden aanvaard.
Op 31 mei 2017 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgehad. Verzoekster heeft haar verzoek ter zitting nader toegelicht. Verzoekster heeft daarbij aangegeven dat het er aanvankelijk een sterk vermoeden van een zeer negatieve nalatenschap was. De nalatenschap omvatte onder meer een woning en een hoge hypotheekschuld van
€ 160.000,00. De woning is verkocht voor een bedrag van € 120.000,00. Een en ander heeft de ouders en de zus van erflater aanleiding gegeven de nalatenschap te verwerpen.
Echter, door de uitkering van een aan de hypotheek gekoppelde polis resteert er een bedrag van ruim € 30.000,00.
Verzoekster zoekt met haar verzoek aansluiting bij de bepaling van artikel 4:194a lid 2 BW, welk artikel erfgenamen de mogelijkheid biedt om een nalatenschap na een zuivere aanvaarding alsnog beneficiair te aanvaarden.
De kantonrechter overweegt het navolgende.
Artikel 4:194a BW is in het leven geroepen om erfgenamen te beschermen tegen onverwachte schulden die ten tijde van de zuivere aanvaarding niet bekend waren. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever erfgenamen die door de zuivere aanvaarding onvoorzien een nalatenschapschuld uit eigen vermogen moeten voldoen, heeft willen behoeden voor financiële problemen.
De kantonrechter begrijpt de a contrario redenering van verzoekster, maar stelt vast dat haar verzoek een wettelijke grondslag mist. Daar waar aan artikel 4:194a BW bescherming van erfgenamen tegen onverwachte schulden ten grondslag ligt, heeft de wetgever de beneficiaire aanvaarding in het leven geroepen teneinde erfgenamen de mogelijkheid te geven de omvang van de nalatenschap nader vast te stellen, zonder dat zij daarbij enig financieel risico lopen.
De mogelijkheid die in artikel 4:194a BW is gecreëerd is de enige uitzondering op de hoofdregel dat een eenmaal gedane keuze onherroepelijk is. De eerdere verwerping door de ouders en de zus van erflater kan dan ook niet worden teruggedraaid. Dit leidt ertoe dat het verzoek moet worden afgewezen.
De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzoek af.
Aldus gegeven door mr. A.H.M.J.F. Piëtte, en in het openbaar uitgesproken.
type: ph
coll: