Verbintenissenrecht

Rechtbank Limburg · Eerste aanleg - enkelvoudig · Verbintenissenrecht

Rechtbank Limburg, 13 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 13 augustus 2025 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Roermond
Datum uitspraak
13 augustus 2025
Datum publicatie
18 november 2025
Zaaknummer
11756364 CV EXPL 25-2812
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:11378
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Huurkoop. Verstekvonnis.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats: Roermond

Zaaknummer: 11756364 CV EXPL 25-2812

Vonnis van de kantonrechter van 13 augustus 2025

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Volkswagen Pon Financial Services B.V., h.o.d.n. DutchLease,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Amersfoort,

gemachtigde Jongejan & Wisseborn c.s. Harderwijk, gerechtsdeurwaarder,

eisende partij,

tegen:

[gedaagde sub 1] , voormalig vennoot van de v.o.f. [bedrijfsnaam] ,

wonende te [adres] ,

[gedaagde sub 2] , voormalig vennoot van de v.o.f. [bedrijfsnaam] ,

wonende te [adres] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het tegen gedaagde partij verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

De vordering komt de kantonrechter onrechtmatig noch ongegrond voor, zodat deze behoort te worden toegewezen.

2.2.

Gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding: € 244,51

  • griffierecht: € 1.461,00

  • salaris gemachtigde: € 543,00 (1 x tarief € 543,00)

  • nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals

vermeld in de beslissing)

Totaal € 2.383,51

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij, hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 27.143,97,00, vermeerderd met de rente ad 18,75% per jaar over € 21.480,24 vanaf

13 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij eveneens hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten van € 2.383,51, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken.