Strafrecht overig
Aangevoerde gronden zijn niet te herleiden tot handelingen, houdingen of gedragingen van de met de zaak…
ECLI:NL:RBLIM:2018:1802 · Rechtbank Limburg · 21 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/strafrecht/strafrecht-overig/wraking/ecli-nl-rblim-2018-1802
Zaakgegevens
Op 21 februari 2018 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Roermond
- Datum uitspraak
- 21 februari 2018
- Datum publicatie
- 26 februari 2018
- Zaaknummer
- 03/245432 / HA RK 18 - 10
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2018:1802
Samenvatting
Aangevoerde gronden zijn niet te herleiden tot handelingen, houdingen of gedragingen van de met de zaak belaste rechters.
Uitspraak
Inhoudsopgave
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Wrakingskamer
Datum beslissing: 21 februari 2018
Zaaknummer: 03/245432 / HA RK 18 - 10
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingsverzoeken
in de zaak van:
[verzoekster] ,
geboren [geboortedag verzoekster] 1979,
wonende te [woonplaats verzoekster]
hierna genoemd verzoekster,
indiener van een verzoek dat strekt tot wraking van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van deze rechtbank, bestaande uit:
-
mr. R.A.M.M. Gijselaers,
-
mr. J.M.G. Gunsing,
-
mr. J.H.J.M. Mertens-Steeghs.
1 Procesverloop
Op 18 januari 2018 is bij de rechtbank in de zaak met parketnummer 03/866426-15 ingekomen het verzoek tot wraking van mr. Gijselaers, mr. Gunsing en
mr. Mertens-Steeghs (verder te noemen: de rechters).
De rechters hebben niet in het verzoek berust. Zij hebben gezamenlijk schriftelijk gereageerd.
De wrakingskamer heeft de datum van de uitspraak bepaald op heden.
2 De gronden van het wrakingsverzoek
Verzoekster heeft aangevoerd dat zij bewijzen heeft dat er bewust informatie buiten het dossier met parketnummer 03/866426-15 wordt gehouden, hetgeen duidt op partijdigheid van de (Maastrichtse) rechters, het OM en de politie. Verder heeft verzoekster gewezen op beweerdelijke gevallen van meineed en op een bedreiging in 2013. Tot slot heeft verzoekster als wrakingsgrond gewezen op contacten tussen een landelijk dagblad en de persrechter van de rechtbank, welke contacten zouden leiden tot partijdigheid van de rechters.
3 Het standpunt van de rechters
De rechters hebben in hun schriftelijke reactie aangegeven dat het verzoek tot wraking prematuur is nu er nog geen enkele inhoudelijke beslissing door hen is genomen in het dossier van verzoekster.
4 De beoordeling van het verzoek
De wrakingskamer beoordeelt louter of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter ten opzichte van een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het (subjectieve) standpunt van een verzoeker daarover is belangrijk, maar niet doorslaggevend; de vrees voor partijdigheid moet objectief gerechtvaardigd zijn.
Ingevolge artikel 9.1, aanhef en onder d, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid zonder behandeling ter zitting aanstonds afwijzen indien het verzoek geen betrekking heeft op de met de behandeling van de zaak belaste rechters.
De door verzoekster aangevoerde gronden hebben geen betrekking op, en zijn niet te herleiden tot, handelingen, houdingen of gedragingen van de met de zaak belaste rechters.
De wrakingskamer stelt vast dat het standpunt van de rechters dat zij nog geen enkele inhoudelijke bemoeienis hebben gehad met het dossier van verzoekster, door haar niet is weersproken in de meer dan 250 emails die zij sinds de indiening van het verzoek tot wraking (mede) aan de wrakingskamer heeft gestuurd. Ook overigens heeft de wrakingskamer geen aanleiding gevonden om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van de rechters.
De wrakingskamer beoordeelt het verzoek tot wraking van de rechters op die grond kennelijk niet-ontvankelijk en wijst het verzoek dan ook af.
6. De beslissing
De wrakingskamer:
wijst het verzoek tot wraking van mr. R.A.M.M. Gijselaers, mr. J.M.G. Gunsing en
mr. J.H.J.M. Mertens-Steeghs af.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.M.M. Kleijkers, voorzitter, mr. J.W. Rijksen en mr. Th.M. Schelfhout, leden, in aanwezigheid van J.N. Buddeke als griffier, en uitgesproken op 21 februari 2018.
Tegen de beslissing van de wrakingskamer staat geen rechtsmiddel open.