Bestuursprocesrecht
PKV griffierecht; afgewezen.
Rechtbank Midden-Nederland, 11 september 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:4582 · Rechtbank Midden-Nederland · 11 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2020-4582
Zaakgegevens
Op 11 september 2020 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 11 september 2020
- Datum publicatie
- 27 oktober 2020
- Zaaknummer
- 19/5240
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2020:4582
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
PKV griffierecht; afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/5240
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 september 2020 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking van de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren (BEL), verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. Verweerder heeft op 18 november 2019 een uitspraak gedaan op het bezwaarschrift van verzoekster. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 7 april 2020 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op de uitspraak op bezwaar van 18 november 2019 en dit besluit intrekt. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. De rechtbank stelt vast dat verzoekster op het door haar op 29 april 2020 ingevulde formulier proceskosten alleen categorie E (andere kosten) heeft ingevuld en daar een bedrag van € 47,- heeft vermeld. Daarbij is als toelichting geschreven: “Griffiekosten 7-1-2020 overgemaakt.”
4. Het griffierecht valt niet onder de proceskosten. Verweerder dient dit bedrag zonder dat daar een uitspraak van deze rechtbank voor nodig is op grond van het bepaalde in artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht te vergoeden. Het verzoek kan niet worden toegewezen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door R. in ’t Veld, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. De beslissing is uitgesproken op 11 september 2020. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Voor zover nodig wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken wanneer dat weer mogelijk is.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.