Bestuursrecht overig

Verzoek om voorlopige voorziening is ingetrokken, verzoek om proceskosten, toegewezen

Rechtbank Midden-Nederland, 21 november 2023

Zaakgegevens

Op 21 november 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
21 november 2023
Datum publicatie
6 december 2023
Zaaknummer
UTR 23/953
Procedure
Proceskostenveroordeling
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:6498
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening is ingetrokken, verzoek om proceskosten, toegewezen

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/953


uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 november 2023 in de zaak tussen


[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster

(gemachtigde: mr. M.A. van der Made),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht

(gemachtigde: J. Hekelaar).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van 21 december 2022. Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 21 december 2022.

1.1.

Zij heeft het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken omdat het college op 10 maart 2023 dit besluit heeft ingetrokken en in plaats daarvan besloten aan eiseres urgentie te verlenen op grond van artikel 2.5.1c van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Stichtse Vecht.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het college heeft de rechtbank meegedeeld akkoord te gaan met een veroordeling in de proceskosten.

1.3.

De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

3.1.

In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.

Is het college aan het verzoek tegemoetgekomen?

4. Het college is met het besluit van 10 maart 2023 aan verzoekster tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen. Verzoekster heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden.

4.1.

De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het college bij besluit van 10 maart 2023 met het verlenen van urgentie aan het verzoek van verzoekster is tegemoetgekomen. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe.

Welke kosten dient het college te vergoeden?

5. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoekster heeft zich laten bijstaan door haar gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 837,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het college moet vergoeden € 837,- bedragen.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. De voorzieningenrechter wijst erop dat het college het door verzoekster betaalde griffierecht van € 184,- kan vergoeden. Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het college tot betaling van € 837,- aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van Luijk-Salomons, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 november 2023.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure. Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263. Vergelijk CRvB 15 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3252. Vergelijk ABRvS 12 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1930. Dat staat in artikel 8:82, zesde lid, van de Awb.