Bestuursrecht overig
De voorzieningenrechter verklaart zich in deze uitspraak onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen, omdat…
Rechtbank Midden-Nederland, 27 augustus 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6508 · Rechtbank Midden-Nederland · 27 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbmne-2026-6508
Zaakgegevens
Op 27 augustus 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 27 augustus 2026
- Datum publicatie
- 22 september 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/6946
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:6508
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De voorzieningenrechter verklaart zich in deze uitspraak onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen, omdat Veilig Thuis Utrecht onderdeel is van een stichting en niet heeft gehandeld in de hoedanigheid van een bestuursorgaan.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/6946
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 augustus 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
en
Het bestuur van Veilig Thuis Utrecht, Veilig Thuis.
Procesverloop
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter over het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster.
2. Omdat de bestuursrechter kennelijk niet bevoegd is om op het verzoek te beslissen, doet zij uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
3. Verzoekster heeft Veilig Thuis verzocht om een afschrift van het volledige dossier van haar dochter [naam] met dossiernummer [nummer] . Op 27 juli 2026 heeft Veilig Thuis gedeeltelijke inzage gegeven. Veilig Thuis heeft namelijk inzage gegeven in het dossier maar daarin delen weggelakt. Verzoekster is het daarmee niet eens en heeft beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
4. Veilig Thuis heeft in het verweerschrift aangevoerd dat Veilig Thuis Utrecht geen bestuursorgaan is en dat de bestuursrechter daarom onbevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. Veilig Thuis heeft ter onderbouwing verwezen naar twee uitspraken van de rechtbank.
5. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van Veilig Thuis. In de provincie Utrecht maakt Veilig Thuis Utrecht onderdeel uit van de stichting Samen Veilig Midden-Nederland. Dit is een privaatrechtelijk rechtspersoon. Bovendien is het inzageverzoek van verzoekster gebaseerd op artikel 7.3.10 van de Jeugdwet. Uit artikel 7.3.17 van de Jeugdwet volgt dat de beslissing van Veilig Thuis over inzage en verstrekking van het dossier niet wordt genomen in de hoedanigheid van een bestuursorgaan. Het bericht van 27 juli 2026 is dan ook geen door een bestuursorgaan genomen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Omdat verzoekster dus geen beroep heeft ingesteld tegen een besluit zoals bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is de voorzieningenrechter onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
6. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. P.J. Blok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2026.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: