Bestuursstrafrecht
Wahv, snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom van Utrecht. In dit geval kan Google Streetview gebruikt…
Rechtbank Midden-Nederland, 2 april 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:1637 · Rechtbank Midden-Nederland · 2 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/proces-verbaal/ecli-nl-rbmne-2026-1637
Zaakgegevens
Op 2 april 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 2 april 2026
- Datum publicatie
- 17 april 2026
- Zaaknummer
- 11503796
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Proces-verbaalProces-verbaalHet schriftelijke verslag van de zitting, soms met de mondelinge uitspraak van de rechter erin.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:1637
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv, snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom van Utrecht. In dit geval kan Google Streetview gebruikt worden om vast te stellen dat er op de gereden route deugdelijke verkeersborden bij de toegang tot de bebouwde kom aanwezig waren. Voor en na de datum van de overtreding zijn dezelfde verkeersborden H1 te zien op Streetview. De boete blijft in stand.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
zittingsplaats Utrecht
zaaknummer: 11503796 UM VERZ 25-867
CJIB-nummer: 261238344
beslissing van de kantonrechter van 2 april 2026 en proces-verbaal van de zitting van 19 maart 2026
inzake
Arval B.V., gevestigd in Houten,
hierna te noemen: de betrokkene,
gemachtigde: N.G.A. Voorbach.
Inleiding
Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 165,00. De boete is opgelegd voor een overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 16 kilometer per uur, op 20 september 2023 op de Atoomweg in Utrecht.
De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 19 maart 2026. De vervanger van de gemachtigde van de betrokkene was aanwezig. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig.
De kantonrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan.
De standpunten van de partijen
De betrokkene betwist niet dat de bestuurder van de auto (na correctie) 66 kilometer per uur heeft gereden. Zij voert aan dat de bestuurder geen bord is gepasseerd dat aangeeft dat je de bebouwde kom inrijdt, zodat die niet kon weten dat de maximum snelheid 50 kilometer per uur was. Namens de betrokkene is aangegeven dat de bestuurder van de auto op 20 september 2023 vanaf de snelweg A2 de Zuilense Ring (N230) heeft genomen en vervolgens de afrit Maarssen-Broek. Onderaan deze afrit is de bestuurder de bebouwde kom van Utrecht in gereden en vervolgens naar de Atoomweg.
Namens de officier van justitie is op de zitting aangegeven dat er geen rapporten beschikbaar zijn, waaruit blijkt dat het verkeersbord H1 aan het einde van de afrit Maarssen-Broek rond de datum van 20 september 2023 is geschouwd.
De beoordeling door de kantonrechter
1. Binnen de bebouwde kom is de maximumsnelheid voor motorvoertuigen 50 kilometer per uur. De grenzen van de bebouwde kom worden aangegeven met het hieronder weergegeven verkeersbord H1 (met Helmond als voorbeeld). Iedere voor motorvoertuigen openstaande toegangsweg waarlangs de bebouwde kom kan worden bereikt, moet van een dergelijk bord zijn voorzien.
[afbeelding niet beschikbaar]2. Om vast te kunnen stellen dat binnen de bebouwde kom een snelheidsovertreding is verricht, is de aanwezigheid van deugdelijke verkeersborden H1 vereist. Als iemand stelt dat een (deugdelijk) verkeersbord H1 ontbrak op het moment waarop de snelheidsovertreding werd geconstateerd, moet worden onderzocht of de toegangsweg waarlangs de bestuurder de bebouwde kom inreed, van een deugdelijk bord was voorzien op het moment van de geconstateerde overtreding.
3. Omdat schouwrapporten ontbreken, moet uit nader onderzoek blijken dat het verkeersbord aanwezig was.
4. Op de zitting is met partijen gekeken naar de beelden van Google Streetview van deze locatie aan het einde van de afrit Maarssen-Broek rondom de datum van 20 september 2023. De laatste beelden van vóór die datum zijn uit mei 2023. De eerste beelden van ná die datum zijn uit september 2024. Op de beelden zijn zowel in mei 2023 als in september 2024 verkeersborden H1 te zien aan beide zijden van de weg. Beide partijen hebben op de zitting gelegenheid gehad een standpunt in te nemen over wat op de beelden precies te zien is.
5. De kantonrechter stelt vast dat de verkeersborden H1 op de beelden uit mei 2023 dezelfde zijn als de verkeersborden H1 op de beelden uit september 2024. Op beide beelden zijn dezelfde constructies te zien aan weerzijden van de weg, die bestaan uit het verkeersbord H1, daaronder een verkeersbord A1 dat de maximumsnelheid van 50 kilometer per uur weergeeft, en daaronder een verkeersbord G4 dat het einde van een autoweg aangeeft. Op de constructie aan de rechterzijde van de weg is daarnaast op beide beelden nog een onderbord ‘rechtsaf vrij’ te zien.
6. De kantonrechter oordeelt dat de beelden van Google Streetview in dit geval gebruikt kunnen worden voor de vaststelling dat op de datum van de geconstateerde overtreding deugdelijke bebording aanwezig was. Dezelfde verkeersborden waren vóór en ná die datum aanwezig en er zijn geen aanwijzingen die aannemelijk maken dat de borden in de tussentijd zijn verwijderd of vervangen. De kantonrechter stelt op basis hiervan vast dat de bestuurder van de auto de maximumsnelheid met 16 kilometer per uur heeft overschreden. De beroepsgrond slaagt niet.
7. De kantonrechter stelt vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. De consequentie hiervan is dat de boete wordt gematigd met 25 procent.
8. De kantonrechter ziet aanleiding om de officier van justitie te veroordelen in de proceskosten van de betrokkene. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt de betrokkene € 934,- per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en de zitting bijgewoond. Vanwege de aard van de zaak hanteert de kantonrechter de wegingsfactor 0,5 (licht). De vergoeding bedraagt daarom 2x 934 x 0,5 = € 934,-. De hoogte van de vergoeding wordt vermenigvuldigd met 0,25, omdat de sanctie wordt vernietigd of gewijzigd en niet is gebleken van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 13a, tweede lid, van de Wahv. De totale vergoeding bedraagt € 934 x 0,25 = € 233,50. De officier van justitie mag de proceskosten uitsluitend uitbetalen op een bankrekening die op naam staat van betrokkene.
Beslissing
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
-
wijzigt de beslissing van de officier van justitie;
-
stelt het bedrag van de administratieve sanctie op € 123,75;
-
bepaalt dat de officier van justitie aan betrokkene het teveel betaalde teruggeeft;
-
veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 233,50.
Deze beslissing is genomen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 2 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
mr. L. Nafzger mr. K. de Meulder
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
-
de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
-
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum toezending proces-verbaal: