Bestuursstrafrecht
Wahv, misbruik van recht. Het standpunt dat rechts inhalen niet mogelijk is door op dezelfde rijstrook te…
Rechtbank Midden-Nederland, 13 april 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:1641 · Rechtbank Midden-Nederland · 13 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/proces-verbaal/ecli-nl-rbmne-2026-1641
Zaakgegevens
Op 13 april 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almere
- Datum uitspraak
- 13 april 2026
- Datum publicatie
- 17 april 2026
- Zaaknummer
- 11063046
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Proces-verbaalProces-verbaalHet schriftelijke verslag van de zitting, soms met de mondelinge uitspraak van de rechter erin.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:1641
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wahv, misbruik van recht. Het standpunt dat rechts inhalen niet mogelijk is door op dezelfde rijstrook te blijven rijden, is onbegrijpelijk en evident kansloos.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
zittingsplaats Almere
zaaknummer: 11063046 MM VERZ 24-912
CJIB-nummer: 254740693
beslissing van de kantonrechter van 13 april 2026 en proces-verbaal van de zitting van 30 maart 2026
inzake
Alphabet Nederland B.V., gevestigd in Breda
hierna te noemen: de betrokkene,
gemachtigde: M. Lagas.
Inleiding
Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 250,00. De boete is opgelegd voor rechts inhalen waar dat verboden is, op 27 december 2022 in Almere.
De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene ongegrond verklaard.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 30 maart 2026. De betrokkene en haar gemachtigde waren niet aanwezig. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig.
De kantonrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten en twee weken later uitspraak gedaan.
De beoordeling door de kantonrechter
1. De gemachtigde van de betrokkene heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de bestuurder rechts heeft ingehaald. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt dat de auto op rijstrook 2 reed en is blijven rijden. Inhalen op dezelfde rijstrook is volgens de gemachtigde niet mogelijk. In een brief die de gemachtigde in de aanloop naar de zitting heeft gestuurd, is dit herhaald. Daarbij is er ook op gewezen dat de redelijke termijn voor berechting is overschreden en dat de proceskosten vergoed moeten worden.
2. De kantonrechter overweegt dat deze beroepsgrond onbegrijpelijk is. Inhalen is namelijk heel goed mogelijk door op dezelfde rijstrook te blijven rijden. Als iemand op de rechter rijstrook rijdt en blijft rijden, terwijl iemand anders langzamer rijdt op de linker rijstrook, is sprake van rechts inhalen.
3. De kantonrechter oordeelt in het licht van het voorgaande dat de beroepsgrond evident kansloos is, waarbij meespeelt, maar niet doorslaggevend is, dat geprocedeerd wordt door een professionele rechtsbijstandverlener. De kantonrechter komt tot de conclusie dat sprake is van misbruik van recht, waarbij het handelen van de gemachtigde is toe te rekenen aan de betrokkene. Het beroep zal niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. De kantonrechter stelt met de gemachtigde vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. Omdat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling van de sanctie, volstaat hij met deze vaststelling.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Misbruik van recht is een reden om de betrokkene te veroordelen in de kosten van de officier van justitie, maar het is niet gebleken dat de officier van justitie proceskosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De kantonrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is genomen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 april 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
V.O. de Wilde mr. K. de Meulder
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
-
de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
-
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum toezending proces-verbaal: