Omgevingsrecht
Het verzoek om voorlopige voorziening is kennelijk ongegrond. Het bezwaar heeft evident geen kans van slagen…
Rechtbank Midden-Nederland, 25 februari 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:676 · Rechtbank Midden-Nederland · 25 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/omgevingsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-676
Zaakgegevens
Op 25 februari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 25 februari 2026
- Datum publicatie
- 27 februari 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/526
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:676
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het verzoek om voorlopige voorziening is kennelijk ongegrond. Het bezwaar heeft evident geen kans van slagen omdat het bezwaar is gericht tegen een raadsbesluit. Een raadsbesluit is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar openstaat.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/526
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 februari 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
en
de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug (de raad), verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit dat de gemeenteraad in zijn vergadering van 15 december 2025 heeft genomen waarbij de ‘Ontwikkelingsvisie Kraaijbeek, Bijdorp, Bloemenoord, Budding’ (ontwikkelvisie) is vastgesteld. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit en heeft de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen in afwachting van een beslissing op het bezwaar.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
3. Verzoeker meent dat het raadsbesluit in strijd is met de eigen Woonvisie en de regionale Woondeal. Hij wijst erop dat de gemeenteraad in de ontwikkelvisie inhoudelijke en normerende keuzes heeft gemaakt die richtinggevend en bindend zijn voor vervolgbesluiten.
4. Het raadsbesluit is een politiek-bestuurlijke keuze van de gemeenteraad over de door hem gewenste manier voor de verdere ontwikkeling van de inbreidingslocaties Bijdorp, Bloemenoord, Budding en Kraaijbeek. Het raadsbesluit is niet gericht op rechtsgevolg en is daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar of beroep open staat. De raad zal het bezwaar om die reden niet-ontvankelijk moeten verklaren.
5. Omdat het bezwaar tegen het raadsbesluit evident geen kans van slagen heeft, moet het verzoek om voorlopige voorziening als “kennelijk ongegrond” worden afgewezen.
6. De raad hoeft geen griffierecht of proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.M.C.P. Maarhuis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: