Socialezekerheidsrecht
Wwb, geen rechtsmiddelen aangewend tegen intrekking, beroep tegen terugvordering ongegrond.
Rechtbank Midden-Nederland, 3 januari 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:143 · Rechtbank Midden-Nederland · 3 januari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2014-143
Zaakgegevens
Op 3 januari 2014 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almere
- Datum uitspraak
- 3 januari 2014
- Datum publicatie
- 20 januari 2014
- Zaaknummer
- UTR 13-3420
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2014:143
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wwb, geen rechtsmiddelen aangewend tegen intrekking, beroep tegen terugvordering ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 13/3420
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 januari 2014 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. A. Ombre),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder
(gemachtigden: M.W. Meijer en E.R. Klijn).
Procesverloop
Bij besluit van 14 november 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder de aan eiseres verleende bijstand op grond van de wet werk en bijstand (Wwb) over de periode 29 september 2009 tot en met 30 april 2012 teruggevorderd tot een bedrag van € 46.131,17.
Bij besluit van 28 mei 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, gelijktijdig maar niet gevoegd met het beroep van [A] (UTR 13/3410), plaatsgevonden op 21 oktober 2013. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Overwegingen
De rechtbank stelt vast dat verweerder bij besluit van 5 juli 2012 de uitkering van eiseres over de periode van 29 september 2009 tot en met 30 april 2012 heeft ingetrokken. Eiseres heeft tegen deze intrekking geen rechtsmiddelen aangewend. Het bezwaar dat op 18 november 2012 naar aanleiding van het bestreden besluit is ingediend is, voor zover dit gericht geacht moet worden tegen het besluit van 5 juli 2012, niet tijdig ingediend. Het besluit van 5 juli 2012 staat dan ook in rechte vast.
Gelet op het voorgaande moet worden uitgegaan van de rechtmatigheid van de intrekking over de genoemde periode en is verweerder in beginsel bevoegd de in die periode ten onrechte ontvangen bijstand terug te vorderen. Dat de rechtbank bij uitspraak van heden in zaak UTR 13/3410 heeft geoordeeld dat verweerder ten onrechte heeft geconcludeerd dat er in een deel van deze periode sprake was van een gezamenlijke huishouding tussen [A] en eiseres, kan niet tot een ander oordeel leiden in deze zaak. In de onderhavige procedure kan alleen de terugvordering als zodanig worden beoordeeld.
De rechtbank stelt vast dat eiseres geen zelfstandige gronden gericht tegen de terugvordering heeft aangevoerd, maar enkel de intrekking heeft bestreden.
Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Rennen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2014.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.