Socialezekerheidsrecht
Mondelinge uitspraak, bijzondere bijstand, verzoek om telefonisch horen afgewezen, geen sprake van schending…
Rechtbank Midden-Nederland, 13 april 2018
ECLI:NL:RBMNE:2018:1505 · Rechtbank Midden-Nederland · 13 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2018-1505
Zaakgegevens
Op 13 april 2018 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amersfoort
- Datum uitspraak
- 13 april 2018
- Datum publicatie
- 16 april 2018
- Zaaknummer
- UTR 17/4098
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2018:1505
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondelinge uitspraak, bijzondere bijstand, verzoek om telefonisch horen afgewezen, geen sprake van schending van de hoorplicht, beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Amersfoort
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 17/4098
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
13 april 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: S.P.R. Tempelaar),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, verweerder
(gemachtigden: K. Demir en J.H. de Vos).
Procesverloop
Bij besluit van 26 juli 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd aan eiseres bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor juridische kosten toe te kennen.
Bij besluit van 2 oktober 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 april 2018. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek om vrijstelling van het griffierecht af;
- verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Het verzoek om vrijstelling van het griffierecht wordt afgewezen, omdat het inkomen van eiseres hoger is dan 90% van de toepasselijke bijstandsnorm.
3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht geweigerd eiseres telefonisch te horen. Er was een bezwaaradviescommissie ingesteld, waarbij naast eiseres ook een vertegenwoordiger van verweerder voor de bezwaaradviescommissie in de gelegenheid wordt gesteld te reageren. Vanwege de overzichtelijkheid van de zitting en de mogelijkheid om partijen op elkaar te kunnen laten reageren, heeft verweerder het verzoek om telefonisch te horen terecht afgewezen. Dit is in elk geval met een ingesproken voicemail aan eiseres medegedeeld. Uit het beroepschrift blijkt dat dit voicemailbericht ook tijdig door de gemachtigde van eiseres is ontvangen. Hierop is namens eiseres niet aangegeven dat zij niet in staat waren op de hoorzitting te komen. Eiseres en haar gemachtigde zijn niet op de hoorzitting verschenen. Naar het oordeel van de rechtbank komt het voor rekening en risico van gemachtigde en eiseres dat zij, door het niet verschijnen op de hoorzitting, hun gelegenheid te worden gehoord hebben misgelopen. Van schending van de hoorplicht is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.
4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. Falkmann, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 april 2018.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.