Socialezekerheidsrecht
mondelinge uitspraak - eiseres heeft haar standpunt dat een verdergaande urenbeperking had moeten worden…
Rechtbank Midden-Nederland, 29 december 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:5733 · Rechtbank Midden-Nederland · 29 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2020-5733
Zaakgegevens
Op 29 december 2020 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 29 december 2020
- Datum publicatie
- 7 januari 2021
- Zaaknummer
- UTR 20/2381
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2020:5733
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
mondelinge uitspraak - eiseres heeft haar standpunt dat een verdergaande urenbeperking had moeten worden aangenomen niet onderbouwd - uitgaande van de juistheid van de FML moet eiseres de geduide functies kunnen verrichten - beroep ongegrond
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/2381
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
29 december 2020 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: A.P. Prinsen).
Procesverloop
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen verweerders besluit van 28 april 2020 (het bestreden besluit). Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek op de zitting heeft met behulp van Skype plaatsgevonden op 29 december 2020. Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Partijen zijn op de zitting gewezen op de mogelijkheid om tegen deze mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De zaak gaat over het besluit van 16 januari 2020, waarbij verweerder het ziekengeld dat eiseres ontving heeft beëindigd per 17 februari 2020. Met het bestreden besluit is het bezwaar dat eiseres daartegen heeft ingesteld ongegrond verklaard. Aan de beëindiging van het ziekengeld liggen medische en arbeidskundige rapporten ten grondslag.
2. Op de zitting heeft eiseres toegelicht dat zij de medische beoordeling slechts bestrijdt voor zover daarin geen verdergaande urenbeperking is aangenomen. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende heeft gemotiveerd dat er geen medische objectiveerbare redenen zijn om een verdergaande urenbeperking aan te nemen. De
problemen van het zoontje van eiseres hebben geen medisch objectiveerbaar gevolg op de belastbaarheid in arbeid van eiseres. Zij heeft in beroep ook geen medische stukken overgelegd om haar standpunt stelling te onderbouwen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de beperkingen van eiseres op een zorgvuldige wijze zijn vastgesteld en gaat uit van de juistheid van de functionelemogelijkhedenlijst (FML) die bij het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep hoort.
3. Eiseres heeft vervolgens aangevoerd dat de functies die door de arbeidsdeskundige zijn geduid te zwaar zijn voor haar. De rechtbank ziet echter – uitgaande van de juistheid van de FML – geen grond voor het oordeel dat eiseres de geduide functies niet zou kunnen verrichten. In het arbeidskundig rapport is gemotiveerd dat de geduide functies de in de FML vastgestelde beperkingen niet overschrijden.
4. Omdat eiseres in de geduide functies meer dan 65% kan verdienen van het loon dat zij verdiende met haar werk als ‘Allround medewerker garagebedrijf’ heeft verweerder het ziekengeld terecht beëindigd. Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.P. Brand, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 december 2020.
de griffier is verhinderd om het
proces-verbaal te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.