Socialezekerheidsrecht

NOBZ, bezwaar te laat, geen verschoonbare reden, beroep ongegrond.

Rechtbank Midden-Nederland, 17 november 2020

Zaakgegevens

Op 17 november 2020 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
17 november 2020
Datum publicatie
9 februari 2021
Zaaknummer
20/3322
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2020:5896
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

NOBZ, bezwaar te laat, geen verschoonbare reden, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/3322

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 november 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. D.A.J. Spierings),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van 6 augustus 2020. Verweerder heeft met deze beslissing het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser het bezwaar te laat heeft ingediend.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).

In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 2 maart 2020. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 14 april 2020 door verweerder ontvangen moeten zijn. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op
13 juli 2020. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat verweerder het bezwaar niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.

3. Eiser stelt – kort samengevat – dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Er is sprake van bijzondere omstandigheden die eiser persoonlijk treffen. Eiser stelt dat er sprake is van medische problematiek waardoor eiser afhankelijk is van zorg. Hij is – omdat zijn moeder niet in staat bleek voor hem te zorgen – van de ene op de andere dag dakloos geworden. De toegang tot de woning is hem ontzegd en post werd niet doorgestuurd.

4. De rechtbank heeft begrip voor de situatie van eiser. De rechtbank volgt eiser echter niet in zijn stelling dat hier sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het had op de weg van eiser gelegen om op tijd aan verweerder een ander (post)adres door te geven. Dat eiser er gezien zijn gezondheid niet toe in staat kan worden geacht om op tijd een ander (post)adres door te geven en bezwaar te maken, is verder niet onderbouwd.

5. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).

6. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 17 november 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.