Socialezekerheidsrecht

Griffierecht niet betaald, beroep niet-ontvankelijk.

Rechtbank Midden-Nederland, 6 mei 2022

Zaakgegevens

Op 6 mei 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
6 mei 2022
Datum publicatie
17 mei 2022
Zaaknummer
UTR 22/58
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:1886
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Griffierecht niet betaald, beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 22/58


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 mei 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 9 december 2021 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 50,-.

3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.

4. De rechtbank heeft eiser op 13 februari 2022 een aangetekende brief gestuurd naar het laatst bekende adres van eiser, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.

5. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. De omstandigheid dat de ex-vrouw van eiser, mevrouw [A] , heeft de rechtbank bij brief van 4 april 2022 laten weten dat eiser niet op het laatst bekende adres verblijft, doet hier niet aan af. Immers, het had op de weg van eiser gelegen om een eventuele adreswijziging door te geven als hij zijn post op een ander adres dan het laatst bekende adres had willen ontvangen.

6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van

mr. K.S. Smits, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 mei 2022.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.