Socialezekerheidsrecht

Wlz, weigering gewaarborgde hulp is geen besluit, bezwaar terecht niet ontvankelijk verklaard. Beroep…

Rechtbank Midden-Nederland, 2 november 2023

Zaakgegevens

Op 2 november 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
2 november 2023
Datum publicatie
21 december 2023
Zaaknummer
UTR 23/2497
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2023:6899
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wlz, weigering gewaarborgde hulp is geen besluit, bezwaar terecht niet ontvankelijk verklaard. Beroep ongegrond. Mondelinge uitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/2497

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

2 november 2023 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres,

(gemachtigde: [A])

en

Zilveren Kruis Zorgkantoor, verweerder

(gemachtigde: mr. T. van Eijk).

Procesverloop

Bij brief van 21 december 2022 heeft verweerder [A] afgewezen als gewaarborgde hulp (GWH) voor zijn moeder [eiseres].

Bij besluit van 2 maart 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.

[A] heeft namens eiseres tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 november 2023. [A] is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank komt om twee redenen niet toe aan de inhoudelijke vraag of

[A] geweigerd mocht worden als GWH.

2. De eerste reden is dat de afwijzing van [A] als GWH niet is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden ingesteld. De afwijzing als GWH is namelijk niet gericht op enig rechtsgevolg: er verandert hierdoor niets in de positie van eiseres als budgethouder van het persoonsgebonden budget. De rechtbank verwijst daarbij naar rechtspraak, waaronder die van de hoogste instantie in dit soort zaken, de Centrale Raad van Beroep. Verweerder heeft het bezwaar om die reden terecht niet-ontvankelijk verklaard.

3. De tweede reden is dat de machtiging van eiseres van 27 januari 2023 zich beperkt tot de bezwaarprocedure en in de beroepsfase geen nieuwe machtiging is ingebracht waaruit blijkt dat [A] namens eiseres in beroep mag optreden. De rechtbank ziet geen aanleiding eiseres in de gelegenheid te stellen dit verzuim te herstellen, omdat de eerste reden hoe dan ook een inhoudelijke discussie belet.

4. De conclusie is dan eiseres geen gelijk krijgt. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

2 november 2023.

De rechter is verhinderd het proces-verbaal te ondertekenen.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 10 oktober 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:6510 en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 april 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:3586. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 21 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1178.