Socialezekerheidsrecht
Bijstand. Plan van aanpak. Tijdelijke ontheffing arbeidsverplichting. Mondelinge uitspraak. Beroep ongegrond.
Rechtbank Midden-Nederland, 7 december 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:7209 · Rechtbank Midden-Nederland · 7 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2023-7209
Zaakgegevens
Op 7 december 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 7 december 2023
- Datum publicatie
- 8 januari 2024
- Zaaknummer
- AWB - 23 _ 2233
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7209
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bijstand. Plan van aanpak. Tijdelijke ontheffing arbeidsverplichting. Mondelinge uitspraak. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/2233
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
7 december 2023 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. K.T. Ghaffari),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest, verweerder
(gemachtigde: P. Boogaard).
Procesverloop
Bij besluit van 21 november 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder (het college) een plan van aanpak opgesteld met als startdatum 28 november 2022.
Bij besluit van 12 april 2023 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2023. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering. Eiser ontvangt sinds 31 oktober 2017 bijstand op grond van de Participatiewet (Pw). Hiervoor heeft eiser ook meerdere keren een uitkering ontvangen. Op 6 april 2022 is door het college besloten om de belastbaarheid van eiser te onderzoeken.
2. Het college heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat in het plan van aanpak terecht is aangegeven dat eiser wordt aangemeld voor een traject van 6 tot 8 weken bij Amfors om de belastbaarheid in kaart te brengen in de praktijk en om hem arbeidsfit te maken. Aan de besluitvorming ligt een rapportage van de arbeidsdeskundige van 17 oktober 2022 en een medisch advies van een bedrijfsarts van 27 oktober 2022 ten grondslag.
3.
Eiser voert in beroep aan dat hij is verplicht om mee te werken aan het traject bij Amfors. Volgens eiser bestaan er dringende redenen om hem tijdelijk te ontheffen van de arbeids- en/of re-integratieverplichtingen op grond van artikel 9, tweede lid, van de Pw. Het medisch onderzoek dat het college heeft laten verrichten, is volgens eiser onzorgvuldig tot stand gekomen. Tot slot stelt eiser dat sprake is van psychische klachten op grond waarvan hij vrijgesteld moet worden en dat hij zorgtaken verricht voor zijn minderjarige dochter.
4. De rechtbank overweegt dat zij alleen mag oordelen over het bestreden besluit en dat het bestreden besluit gaat over het opleggen van een re-integratieverplichting (onderdeel b van artikel 9, tweede lid, van de Pw). Tijdelijke ontheffing van een re-integratieverplichting is op grond van de wet niet mogelijk. In artikel 9, tweede lid, van de Pw staat namelijk dat het college, als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan verlenen van een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c. De tijdelijke ontheffing op grond van artikel 9, tweede lid, van de Pw is dus alleen mogelijk gemaakt voor de arbeidsverplichtingen van artikel 9 van de Pw. Om deze reden is het beroep al ongegrond. De rechtbank komt daarom niet toe aan de andere beroepsgronden van eiser.
5. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding en eiser krijgt het griffierecht niet terug.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van
mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
7 december 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.