Socialezekerheidsrecht

Tussenuitspraak - verlenging termijn.

Rechtbank Midden-Nederland, 5 maart 2025

Zaakgegevens

Op 5 maart 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
5 maart 2025
Datum publicatie
17 maart 2025
Zaaknummer
UTR 23/3391 T3
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2025:1110
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Tussenuitspraak - verlenging termijn.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 23/3391-T3

Tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 maart 2025 in de zaak tussen

[eiseres] BV, uit [vestigingsplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. drs. A. Jurg),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv

(gemachtigde: S.M. Westmaas).

Als derde-partij neemt aan het geding deel:

[ex-werknemer] uit Arnhem (de (ex-)werknemer)

(gemachtigde: mr. J.A.C. van Etten).

Procesverloop

Met de tussenuitspraak van 19 september 2024 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank het Uwv in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak.

Met de tussenuitspraak van 20 december 2024 (de tweede tussenuitspraak) heeft de rechtbank de termijn van de tussenuitspraak verlengd tot 27 januari 2025.

Met de brief van 20 februari 2025 heeft het Uwv de rechtbank bericht dat het Uwv inmiddels de machtiging van de werknemer uit Turkije heeft ontvangen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op 29 januari 2025 informatie van de werknemer heeft opgevraagd bij de behandelend sector. Omdat de informatie van de behandelend sector nog niet binnen is verzoekt het Uwv om een verlenging van de termijn met zes weken.

Overwegingen

1. Slechts in bijzondere gevallen willigt de rechtbank zo'n verzoek om verlenging van de in de tussenuitspraak gestelde termijn in. Het verzoek om verlenging moet daarom zijn gemotiveerd.

2. Het Uwv verzoekt om de in de tweede tussenuitspraak gestelde termijn met zes weken te verlengen. De rechtbank stelt vast dat dit verzoek niet is gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tweede tussenuitspraak. De reden waarom het Uwv de rechtbank verzoekt om verlenging van de termijn is dat het Uwv nog niet beschikt over de informatie van de behandelend sector. Informatie die nodig is voor de beoordeling van (de duurzaamheid van) de arbeidsongeschiktheid van de werknemer.

3. De rechtbank ziet in de onderbouwing van het verzoek aanleiding om de termijn uit de tweede tussenuitspraak te verlengen. Zij verlengt de termijn met zes weken na verzending van deze tweede tussenuitspraak. Dat betekent dat de termijn op 16 april 2025 afloopt.

4. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.

Beslissing

De rechtbank:

  • stelt verweerder in de gelegenheid om uiterlijk 16 april 2025 het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in de eerste tussenuitspraak;

  • houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier. De beslissing is uitgesproken op 5 maart 2025 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Niet eens met deze tussenuitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.