Socialezekerheidsrecht
Beroep niet tijdig beslissen, het niet op tijd beslissen op het verzoek van eiser om informatie te verkrijgen…
Rechtbank Midden-Nederland, 19 mei 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:2857 · Rechtbank Midden-Nederland · 19 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-2857
Zaakgegevens
Op 19 mei 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 19 mei 2025
- Datum publicatie
- 13 juni 2025
- Zaaknummer
- UTR25/1318
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:2857
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep niet tijdig beslissen, het niet op tijd beslissen op het verzoek van eiser om informatie te verkrijgen bij het UWV op grond van de Wet open overheid, niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/1318
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Procesverloop
1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser van 26 februari 2025, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).
Overwegingen
2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
3. De eiser heeft op 26 februari 2025 beroep ingediend bij de Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht. Iemand die in beroep gaat moet een omschrijving van het besluit geven, waartegen het bezwaar of beroep is gericht. Dit staat in artikel 6:5, lid 1, onder c, en artikel 6:6, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
4. De rechtbank heeft eiser op 14 maart 2024 een aangetekende brief verstuurd, waarin staat dat eiser binnen vier weken moet vermelden waartegen het beroep is gericht.
5. Omdat eiser dit niet heeft gedaan, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan behandelen, omdat niet is voldaan aan het vereiste van artikel 6:5 eerste lid, onder c, en artikel 6:6, onder a, van de Awb.
6. Eiser kan alleen in beroep gaan, indien er sprake is van een besluit in de zin van de Awb. In de onderliggende zaak is hier geen sprake van. Daarom zal de eiser zich moeten wenden tot het UWV of bijvoorbeeld de nationale ombudsman.
7. Uit het beroepschrift van eiser leidt de rechtbank af dat hij een oordeel vraagt over de manier waarop het UWV met zijn klachten omgaat. Deze klachten hebben betrekking op het IT-beheer van het UWV. Eiser kan bij de bestuursrechter echter alleen in beroep gaan, als er sprake is van een besluit in de zin van de Awb. In de onderliggende zaak is hiervan geen sprake. Eiser heeft geen besluit overgelegd en uit zijn stukken lijkt ook te volgen dat er geen besluit van het UWV is waartegen eiser in beroep kan komen. Voor de manier waarop het UWV met zijn klachten omgaat zal de eiser zich moeten wenden tot het UWV of bijvoorbeeld de Nationale Ombudsman.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank komt daarom niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de zaak. Eiser krijgt het griffierecht niet terug.
9. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg , rechter, in aanwezigheid van J.B. Thépass , griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2025.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: