Socialezekerheidsrecht
Tussenuitspraak, Wht, Brede ondersteuning. Het standpunt dat de kosten van de aanpassingen aan het stucwerk…
Rechtbank Midden-Nederland, 31 maart 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4033 · Rechtbank Midden-Nederland · 31 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-4033
Zaakgegevens
Op 31 maart 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 31 maart 2026
- Datum publicatie
- 7 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 25/2190 T
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:4033
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussenuitspraak, Wht, Brede ondersteuning. Het standpunt dat de kosten van de aanpassingen aan het stucwerk die cosmetisch/esthetisch van aard zijn niet voor vergoeding in aanmerking komen, houdt geen stand. De rechtbank stelt het college in de gelegenheid om (al dan niet op basis van een offerte) een passend bedrag vast te stellen voor de kosten van deze werkzaamheden.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2190
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. A. Yüksel),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, het college
(gemachtigde: E. Chahid).
Samenvatting
1. Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor brede ondersteuning door de gemeente. Zij heeft onder meer gevraagd om vergoeding van de kosten van het opnieuw stucen van de wanden en het plafond van haar woning omdat dit bijdraagt aan het maken van een nieuwe start. Het college heeft dit afgewezen. Eiseres is het niet eens met deze afwijzing.
2. In de beroepsfase heeft het college een aanvullend besluit genomen waarbij het college bepaalde noodzakelijke reparatiekosten vergoedt. De kosten van aanpassingen aan het stucwerk die cosmetisch/esthetisch van aard zijn vergoedt het college niet. De rechtbank komt tot het oordeel dat het college deze kosten wel dient te vergoeden. De rechtbank doet een tussenuitspraak en stelt het college in de gelegenheid om een passend bedrag vast te stellen voor het opnieuw stucen van de wanden van de woning van eiseres.
Procesverloop
3. Eiseres heeft op 16 juli 2024 een aanvraag ingediend voor brede ondersteuning. Met het besluit van 8 augustus 2024 heeft het college een bedrag van € 13.637,21 toegekend voor raamdecoratie, een goede vloer, tandartsbehandeling (inclusief een reis naar Turkije) en Ozontherapie. Over de gevraagde kosten voor stucwerk staat in het besluit dat reparatie hiervan valt onder de verantwoordelijkheid van de woningbouwcorporatie (Portaal). Portaal beoordeelt wanneer stucwerk aan vervanging toe is en verzorgt de noodzakelijke reparatie.
Eiseres heeft op 17 oktober 2024 om heroverweging gevraagd van dit besluit omdat zij van Portaal te horen heeft gekregen dat het stucen van wanden en plafond door de huurder zelf gedaan en betaald mag worden.
Met het besluit van 30 oktober 2024 heeft het college besloten dat ook na heroverweging de noodzaak van het vervangen van het stucwerk niet kan worden vastgesteld. De reden is dat de woning recent is gerenoveerd en dat ook toen niet is vastgesteld dat het noodzakelijk was om het stucwerk te vervangen. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
Met het bestreden besluit van 10 maart 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 2 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om het college in de gelegenheid te stellen om in kaart te brengen wat de situatie bij eiseres thuis is ten aanzien van het stucwerk en aan de hand daarvan een (nader) standpunt in te nemen. Op 5 december 2025 heeft het college meegedeeld dat er een stukadoor gevonden is die de situatie in de woning van eiseres gaat beoordelen. Op 10 februari 2026 heeft het college de rapportage van de stukadoor van 10 december 2025 overgelegd. Het college stelt zich op basis daarvan op het standpunt dat het compleet vervangen van het stucwerk niet noodzakelijk is, maar dat bepaalde reparaties wel noodzakelijk zijn. Eiseres kan voor vergoeding van deze kosten in aanmerking komen.
De rechtbank merkt de brief van 10 februari 2026 aan als een aanvullend besluit waarbij het college gedeeltelijk aan eiseres tegemoet is gekomen, in die zin dat bepaalde (reparatie)kosten (aan het stucwerk) worden vergoed. Het beroep van eiseres heeft ook betrekking op dit besluit.
Eiseres heeft op 11 maart 2026 gereageerd.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van hun recht om op een nadere zitting te worden gehoord. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank stelt vast dat het beroep alleen gaat over de afwijzing van de kosten van reparatie/vervanging van het stucwerk van de muren en het plafond.
Standpunten van partijen
5. Het college heeft de afwijzing van de kosten van reparatie/vervanging van het stucwerk in het bestreden besluit gehandhaafd. Allereerst erkent het college dat hij er bij het nemen van het primaire besluit ten onrechte vanuit is gegaan dat er een renovatie van de woning van eiseres heeft plaatsgevonden. Verder wijst het college erop dat achterstallig onderhoud aan woningen onderdeel is van de Commissie Werkelijke Schade (CWS) van de belastingdienst. Voor zover reparatie van het stucwerk noodzakelijk is, stelt het college dat dit onder de verantwoordelijkheid valt van Portaal, wat Portaal heeft bevestigd in de mail van 7 maart 2025. Voor zover het puur om een esthetische aanpassingen gaat stelt het college dat nu nog niet kan worden vastgesteld of er sprake is van kosten die verbonden zijn aan het veilig en betaalbaar kunnen wonen en dat deze kosten noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start. Dit kan pas beoordeeld worden nadat de renovatie door Portaal heeft plaatsgevonden. Hangende beroep heeft het college met het aanvullende besluit van 10 februari 2026 alsnog bepaalde noodzakelijke (reparatie)kosten toegekend.
6. Eiseres voert aan dat het college steeds is uitgegaan van onjuiste feiten. De woning van eiseres is niet gerenoveerd en bij een eventuele renovatie wordt het stucwerk ook niet vervangen of gerepareerd. De aanvraag van eiseres ziet niet op reparatie/vervanging van het stucwerk maar op het maken van een nieuwe start. Daar hoort volgens haar ook een nieuwe frisse woning bij waar zij zich goed en veilig in voelt en die beter voor haar gezondheid is. Het stucwerk, dat eiseres twintig jaar geleden door een klusjesman heeft laten doen, is aan vervanging toe. Het college legt de verantwoordelijkheid voor het vervangen/repareren van het stucwerk bij Portaal maar heeft geen, althans onzorgvuldig onderzoek naar de woonsituatie van eiseres gedaan.
In reactie op het aanvullende besluit van 10 februari 2026 stelt eiseres dat er geen onafhankelijk onderzoek is verricht. Het rapport en het overzicht is niet op briefpapier van [bedrijf] opgesteld en de stukadoor die langskwam heeft zich niet voorgesteld. Eiseres kan dus niet verifiëren of het onderzoek daadwerkelijk door dit bedrijf is uitgevoerd.
Uitgangspunten
7. Een onderdeel van de hersteloperatie toeslagen is de brede ondersteuning door gemeenten. De brede ondersteuning is bedoeld voor het maken van een nieuwe start voor (potentieel) gedupeerden, na de problemen die zijn ervaren als gevolg van de toeslagenaffaire. Het uitgangspunt is dat de betrokkene en zijn of haar gezin zo snel mogelijk en zo goed als mogelijk hun leven weer op de rit krijgen.
Op grond van artikel 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) kan het college aan (mogelijk) gedupeerden brede ondersteuning bieden op vijf leefgebieden: financiën, gezin, werk, wonen en zorg.
Het college heeft geen beleid maar wijst in het bestreden besluit naar de ‘Handreiking brede ondersteuning en plan van aanpak’ (handreiking) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Daarin is onder meer opgenomen dat het doel van de brede ondersteuning is het bevorderen van een nieuwe start in het kader van het herstel na de toeslagenproblematiek.
Het gaat in deze zaak om het leefgebied wonen. In de handreiking van de VNG staat dat de doelstelling van dit leefgebied is, het realiseren van een veilige en betaalbare plek om te wonen, een passende woning. Dit staat ook zo in het bestreden besluit.
De rechtbank stelt voorop dat het college bij het toekennen van brede ondersteuning beoordelings- en beleidsruimte toekomt. De rechtbank moet het bestreden besluit daarom enigszins terughoudend toetsen.
Het oordeel van de rechtbank
8. De rechtbank moet in deze zaak beoordelen of het college de aanvraag om vergoeding van de kosten van het repareren/vervangen van het stucwerk (gedeeltelijk) mocht afwijzen.
Commissie werkelijke schade
9. Het college heeft allereerst aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat achterstallig onderhoud aan woningen onderdeel is van de Commissie Werkelijke Schade (CWS) van de belastingdienst. Dit standpunt volgt de rechtbank niet. Ten eerste heeft het college dit standpunt in het bestreden besluit verder niet gemotiveerd en bovendien is in het door de CWS gehanteerde schadekader niets te vinden over het vergoeden van achterstallig onderhoud aan (huur)woningen.
Noodzakelijke reparaties of esthetische/cosmetische aanpassingen
10. Het college heeft zich verder in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat voor zover reparatie van het stucwerk (technisch) noodzakelijk is, dit onder de verantwoordelijkheid valt van Portaal. Dit standpunt heeft het college op de zitting bevestigd. De rechtbank leidt hieruit af dat het college vindt dat voor hem geen rol is weggelegd als het gaat om noodzakelijke reparaties aan het stucwerk.
11. Verder heeft het college zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat voor zover het gaat om esthetische/cosmetische aanpassingen, pas na de renovatie door Portaal kan worden beoordeeld of deze kosten noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start. Dit heeft het college tijdens de zitting ook bevestigd. Het college heeft toegelicht dat als voorafgaand aan de renovatie wordt gestuct, dit stucwerk tijdens renovatie weer stuk kan gaan. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat als het gaat om aanpassingen aan het stucwerk vanuit esthetisch oogpunt het college die kosten vergoedt als de aanpassingen noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start.
12. Tijdens de zitting is komen vast te staan dat renovatie van de woning door Portaal nog niet heeft plaatsgevonden en dat onduidelijk is wanneer die renovatie wel zal plaatsvinden. Verder heeft eiseres toegelicht dat de renovatie ziet op het vervangen van de kozijnen en niet op het stucwerk. Dit is door het college niet betwist, zodat de rechtbank daar vanuit gaat.
13. Tijdens de zitting is gebleken dat niet inzichtelijk is hoe de situatie in de woning van eiseres is en heeft het college aangeboden dat een professional langs komt bij eiseres om naar het stucwerk te kijken, zodat het college kan beoordelen wat noodzakelijk is in het kader van het maken van een nieuwe start. Nadat de rechtbank het onderzoek ter zitting heeft geschorst heeft een stukadoor op 10 december 2025 een bezoek gebracht aan de woning van eiseres. De stukadoor heeft een rapportage opgemaakt en een offerte uitgebracht. Onder verwijzing naar deze rapportage stelt het college zich in het aanvullende besluit van 10 februari 2026 op het standpunt dat de wanden met sierpleister overwegend cosmetisch verouderd zijn, waarbij lokaal herstel toereikend is. Verder is in de badkamer technisch herstel noodzakelijk en zijn de plekken op het plafond in de woonkamer goed plaatselijk te herstellen. Het college wijst erop dat blijkens de rapportage het opnieuw stucen van de gehele woning niet noodzakelijk is maar dat bepaalde reparaties volstaan. De kosten hiervoor heeft de stukadoor in kaart gebracht en die bedragen € 2.094,51. Eiseres kan voor vergoeding van deze kosten in aanmerking komen, aldus het college.
14. Hieruit volgt dat het college slechts de kosten vergoedt voor (technisch) noodzakelijke reparaties. In het licht van de besluitvorming en het standpunt van het college ter zitting, acht de rechtbank dit standpunt onbegrijpelijk. Niet valt immers in te zien waarom het college in het aanvullende besluit aangeeft de (technisch) noodzakelijke reparaties te vergoeden terwijl hij eerder aangaf dat deze reparties onder verantwoordelijkheid vallen van Portaal. Bovendien komen gezien het standpunt van het college in het bestreden besluit en ter zitting, ook de kosten van aanpassingen aan het stucwerk die cosmetisch/esthetisch van aard zijn, voor vergoeding in aanmerking als deze kosten noodzakelijk zijn voor het maken van een nieuwe start. Het standpunt van het college in het aanvullende besluit van 10 februari 2026 dat aanpassingen aan het stucwerk die vooral cosmetische van aard zijn niet voor vergoeding in aanmerking komen, is hiermee niet te rijmen. Ook uit het hiervoor onder punt 7 weergegeven beoordelingskader kan niet worden afgeleid dat het bij de vraag wat noodzakelijk is voor het maken van een nieuwe start alleen gaat om (technisch) noodzakelijke aanpassingen.
15. Naar het oordeel van de rechtbank houdt het standpunt van het college dat de kosten van de aanpassingen aan het stucwerk die cosmetisch/esthetisch van aard zijn niet voor vergoeding in aanmerking komen, dan ook geen stand. Dit maakt dat er een gebrek kleeft aan de besluitvorming. Nu uit de door het college overgelegde stukken bij het aanvullend besluit duidelijk blijkt wat de stand van zaken is bij eiseres en welke posten er zijn, acht de rechtbank zich in staat om te beoordelen welke aanpassingen door het college dienen te worden vergoed. Daarbij neemt de rechtbank de rapportage van de stukadoor als uitgangspunt. In wat eiseres heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om aan te nemen dat het onderzoek door de stukadoor niet onafhankelijk is geweest en dat de stukadoor niet werkzaam zou zijn bij het bedrijf [bedrijf] .
16. Ten aanzien van de reparatie aan de badkamer/toilet stelt de rechtbank vast dat dit de grootste kostenpost in de offerte van de stukadoor betreft. Eiseres geeft in de reactie van 11 maart 2026 evenwel aan dat Portaal vanwege achterstallig onderhoud en (mogelijk toekomstige) gezondheidsklachten, de gehele badkamer zal aanpakken. Hieruit volgt dat het college de kosten van het (technisch) noodzakelijk herstel van het toilet en de badkamer niet hoeft te vergoeden.
17. Ten aanzien van het plafond staat in de rapportage dat het plafond vanuit esthetisch oogpunt niet volledig hoeft te worden vervangen; de plekken op het plafond in de woonkamer zijn kleinschalig en zijn volgens de stukadoor goed plaatselijk te herstellen tot een egaal beeld. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat vanuit cosmetisch oogpunt het geheel vervangen van het stucwerk op het plafond in de woonkamer niet noodzakelijk is. De kosten voor het herstellen en sauzen van het plafond bedragen € 410,- en komen voor vergoeding in aanmerking.
18. Anders is dit voor de wanden met sierpleisterwerk. Uit de rapportage volgt dat de wanden met sierpleisterwerk volgens de stukadoor overwegend cosmetisch verouderd zijn. De stukadoor schrijft daarover dat op de meeste wanden van de woning oud sierpleisterwerk aanwezig is waarvan het patroon en de korrel verouderd en ongelijk is door eerdere plaatselijke reparaties/schilderlagen. Bovendien is er een aantal (technisch) noodzakelijke aanpassingen nodig. Het standpunt van het college in het aanvullende besluit van 10 februari 2026, dat lokaal herstel van het sierpleisterwerk op de wanden toereikend is volgt de rechtbank niet. De stukadoor schrijft in de rapportage namelijk dat het herstellen van de scheuren in het verouderde sierpleister op de wanden in de praktijk lastig is omdat de bestaande structuur/korrel na lokaal bijwerken vaak zichtbaar blijft en dat ondanks zorgvuldig spotrepair er meestal een waarneembaar verschil in textuur zal optreden. Het voorgaande betekent naar het oordeel van de rechtbank dat vanuit cosmetisch/esthetisch oogpunt het sierpleisterwerk moet worden vervangen voor een modern en glad resultaat om te kunnen bijdragen aan het maken van een nieuwe start.
Conclusie en gevolgen
19. De rechtbank kan niet (volledig) zelf in de zaak voorzien omdat zij niet zelf de kosten van het vervangen van het sierpleisterwerk op de muren kan vaststellen. De rechtbank stelt in het kader van deze tussenuitspraak het college in de gelegenheid om (al dan niet op basis van een offerte) een passend bedrag vast te stellen voor de kosten van deze werkzaamheden.
20. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen het college dit moet doen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.
21. Het college moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid om de kosten van de werkzaamheden vast te stellen. Als het college gebruik maakt van die gelegenheid, stelt de rechtbank eiseres vervolgens in de gelegenheid om binnen vier weken te reageren. In beginsel, ook in de situatie dat het college de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank daarna zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
22. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.
Beslissing
De rechtbank:
- draagt het college op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- stelt het college in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak dit besluit te nemen, met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.R. Hoogenberk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 31 maart 2026.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.