Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening hangende bezwaar - griffierecht niet voldaan - verzoek niet-ontvankelijk
Rechtbank Midden-Nederland, 9 juni 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:2545 · Rechtbank Midden-Nederland · 9 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbmne-2021-2545
Zaakgegevens
Op 9 juni 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 9 juni 2021
- Datum publicatie
- 16 juni 2021
- Zaaknummer
- UTR 21/1614
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:2545
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorlopige voorziening hangende bezwaar - griffierecht niet voldaan - verzoek niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/1614
uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 juni 2021 in de zaak van
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weesp
Procesverloop
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen verweerders besluit van 24 maart 2021.
Verzoeker heeft voorts de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat alle incassomaatregelen achterwege dienen te blijven, totdat op het bezwaar is beslist.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is.
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:82, tweede lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:41, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb € 49,-. De griffier van de rechtbank stelt op grond van artikel 8:82, derde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:82, derde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Awb het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht niet verwijtbaar is.
3. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 28 april 2021 verzoeker in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief.
4. Verzoeker heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Verzoeker heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.
5. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van L.S. Lodder, griffier. De beslissing is uitgesproken op 9 juni 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.
de voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.