Socialezekerheidsrecht
De voorzieningenrechter treft een ordemaatregel. Op basis van het dossier zoals dat nu voorligt, volgt dat…
Rechtbank Midden-Nederland, 23 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3924 · Rechtbank Midden-Nederland · 23 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbmne-2026-3924
Zaakgegevens
Op 23 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 23 juni 2026
- Datum publicatie
- 3 juli 2026
- Zaaknummer
- UTR 26/5805 ordemaatregel
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:3924
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De voorzieningenrechter treft een ordemaatregel. Op basis van het dossier zoals dat nu voorligt, volgt dat verzoekster en haar minderjarige dochter vanaf 25 juni 2026 geen dak meer boven hun hoofd hebben. De voorzieningenrechter bepaalt dat het college moet voorzien in passende opvang voor verzoekster en haar minderjarige dochter. Dit moet het college in ieder geval doen tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/5805
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 juni 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. J. Nieuwstraten),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere.
Inleiding
In het besluit van 4 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft het college de aanvraag van verzoekster om maatschappelijk opvang voor haar en haar minderjarige dochter afgewezen.
Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. De voorzieningenrechter treft een ordemaatregel en bepaalt dat het college moet voorzien in passende opvang voor verzoekster en haar minderjarige dochter. Dit moet het college in ieder geval doen tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoekschrift. De voorzieningenrechter legt hieronder uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
2. Verzoekster heeft op 9 juni 2026 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek heeft als doel om verzoekster en haar minderjarige dochter maatschappelijke opvang toe te kennen. Verzoekster voert aan dat zij vanaf 25 juni 2026 geen opvang meer heeft en dakloos wordt.
3. De voorzieningenrechter heeft het college meerdere malen verzocht om de stukken in te dienen die betrekking hebben op deze zaak én een reactie op het verzoek van verzoekster. Zo is het college per brief en per e-mail gevraagd om per ommegaande de stukken in te dienen. Daarnaast is meerdere malen telefonisch contact geweest met het college. De laatste keer was op 22 juni 2026. Tijdens dat telefoongesprek bleek dat het college intern moeite heeft om de onderliggende stukken boven water te krijgen. Stukken en een inhoudelijke reactie bleven uit.
4. Nu het college geen gehoor geeft aan de verzoeken van de rechtbank, gaat de voorzieningenrechter uit van het dossier zoals dat nu voorligt. Uit het dossier volgt dat verzoekster tot 25 juni 2026 opvang heeft via het Rode Kruis. De gemachtigde van verzoekster heeft op 22 juni 2026 telefonisch meegedeeld dat deze opvang niet wordt verlengd. De voorzieningenrechter gaat er dan ook vanuit dat verzoekster en haar minderjarige dochter vanaf 25 juni 2026 geen dak meer boven hun hoofd hebben al er geen voorziening wordt getroffen.
5. Gelet op alle betrokken belangen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het college bij wijze van ordemaatregel op te dragen om te voorzien in passende opvang voor verzoekster en haar minderjarige dochter. Deze ordemaatregel geldt tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek van verzoekster.
6. De voorzieningenrechter zal op 30 juni 2026, om 15.45 uur het verzoek op zitting behandelen.
7. De beslissing over de verzochte proceskostenveroordeling wordt aangehouden.
Beslissing
De voorzieningenrechter bepaalt dat het college voor passende opvang moet zorgen voor verzoekster en haar dochter tot uitspraak is gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2026.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: