Arbeidsrecht
Ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek werknemer bij slapend dienstverband. Geen verweer werkgever…
Rechtbank Midden-Nederland, 2 juni 2021
ECLI:NL:RBMNE:2021:2374 · Rechtbank Midden-Nederland · 2 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/arbeidsrecht/beschikking/ecli-nl-rbmne-2021-2374
Zaakgegevens
Op 2 juni 2021 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 2 juni 2021
- Datum publicatie
- 4 juni 2021
- Zaaknummer
- 9067001
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2021:2374
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek werknemer bij slapend dienstverband. Geen verweer werkgever. Verzoek vergoeding niet-genoten vakantiedagen en billijke vergoeding toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 9067001 UE VERZ 21-65 IP/
Beschikking van 2 juni 2021
inzake
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [verzoekster] ,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. N. Sprengers,
tegen:
de besloten vennootschap [verweerder] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats ] ,
verder ook te noemen: [verweerder] B.V.,
verwerende partij,
niet verschenen.
1 De procedure
De procedure blijkt uit de volgende stukken in het dossier:
-
de dagvaarding van 22 oktober 2020;
-
het verstekvonnis van 3 februari 2021 waarmee een deel van de vordering is verwezen naar de verzoekschriftprocedure;
-
het correctievonnis van 3 maart 2021;
-
de brieven van de griffier aan partijen van 4 maart 2021 en 9 april 2021.
Op 1 juni 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [verzoekster] is in persoon aanwezig geweest. Zij is bijgestaan door de gemachtigde. Namens [verweerder] B.V. is niemand verschenen. [verweerder] B.V. heeft ook geen gebruik gemaakt van de geboden mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen. Door [vestigingsplaats ] namens verzoekende partij is het standpunt toegelicht en is antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken.
Hierna is uitspraak bepaald.
2 Het (resterende) geschil tussen partijen
[verzoekster] is sinds 1 februari 2015 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst van [verweerder] B.V.. Zij heeft zich op 14 oktober 2016 ziek gemeld en is tot op heden volledig arbeidsongeschikt. Het UWV heeft aan haar aanvankelijk een WGA- en later een IVA-uitkering toegekend. Het UWV heeft de verplichting van [verweerder] B.V. om het loon door te betalen verlengd tot 11 oktober 2019. Sinds die datum is sprake van een slapend dienstverband.
[verzoekster] verzoekt op grond van het bepaalde in artikel 7:671c om ontbinding van de arbeidsovereenkomst van partijen met ingang van de eerst mogelijke datum. Zij voert daartoe aan dat het slapend dienstverband moet eindigen en verwijst ter toelichting naar de Xella-beschikking van de Hoge Raad van 8 november 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1734). Zij heeft tijdens de zitting toegelicht dat de arbeidsrelatie ook ernstig verstoord is geraakt doordat [verweerder] geen enkele invulling heeft gegeven aan de reïntegratieverplichting en bovendien stelselmatig weigert aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
3 De beoordeling
Uitgangspunt bij de beoordeling van het verzoek van [verzoekster] is dat de werknemer op grond van het bepaalde in artikel 7:671c BW de kantonrechter kan verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van een verandering van omstandigheden. De kantonrechter heeft geconstateerd dat sprake is van een slapend dienstverband en een verstoorde arbeidsverhouding.
Op grond van hetgeen is aangevoerd, is de kantonrechter van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van een verandering van omstandigheden op grond waarvan de arbeidsovereenkomst dadelijk dient te eindigen. Het verzoek tot ontbinding op de kortst mogelijke termijn wordt daarom ingewilligd.
Het bedrag van € 3.972,08 bruto voor niet genoten vakantiedagen kan als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor het bedrag van € 15.000 bruto aan billijke vergoeding als compensatie voor ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder] B.V.. Het verzoek tot afgifte van een specificatie van de eindafrekening binnen één maand na de datum waarop het dienstverband is geëindigd, wordt ook toegewezen.
Het bedrag van de wettelijke transitievergoeding van € 1.888,24 bruto is reeds toegewezen met het verstekvonnis van 3 februari 2021.
Gelet op de aard van deze verzoekschriftprocedure dient iedere partij de eigen kosten te dragen.
4 De beslissing
De kantonrechter:
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen;
bepaalt het einde van de arbeidsovereenkomst op 3 juni 2021;
veroordeelt [verweerder] B.V. om aan [verzoekster] tegen bewijs van kwijting, onder afgifte van een specificatie van de eindafrekening binnen één maand na 3 juni 2021, te betalen:
€ 3.972,08 bruto ter zake van niet genoten vakantiedagen;
€ 15.000 bruto ter zake van billijke vergoeding;
het totaalbedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2021 tot de dag der voldoening;
wijst af het meer of anders verzochte;
compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.A.M. Pinckaers, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2021.