Burgerlijk procesrecht
toepassing bevoegdheidsregels Verordening (EU) nr. 1215/2012 bij Europese Procedure Geringe Vorderingen. forumkeuze
Rechtbank Midden-Nederland, 23 januari 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:442 · Rechtbank Midden-Nederland · 23 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2019-442
Zaakgegevens
Op 23 januari 2019 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 23 januari 2019
- Datum publicatie
- 8 februari 2019
- Zaaknummer
- 7108690 UC FORM 18-8680 rch/1466
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2019:442
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
toepassing bevoegdheidsregels Verordening (EU) nr. 1215/2012 bij Europese Procedure Geringe Vorderingen. forumkeuze
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 7108690 UC FORM 18-8680 rch/1466
Beschikking van 23 januari 2019
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. R.H.M. Bus,
tegen:
[verweerster] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , Duitsland,
verwerende partij,
niet verschenen.
1 De procedure
De kantonrechter heeft kennis genomen van het standaard vorderingsformulier A van bijlage I van Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: de Verordening), ingekomen ter griffie op 30 juli 2018.
Per heden is beschikking bepaald.
2 De beoordeling
De Europese procedure voor geringe vorderingen is - zakelijk weergegeven - in grensoverschrijdende gevallen van toepassing in burgerlijke en handelszaken, indien de waarde van een vordering, alle rente, kosten en uitgaven niet meegerekend, op het tijdstip dat het vorderingsformulier ter griffie van de rechtbank wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan € 5.000,00, behoudens de in artikel 2 van de Verordening genoemde uitzonderingen.
De kantonrechter stelt vast dat het verzoek binnen het toepassingsbereik van de Verordening valt.
De Verordening bevat geen bepalingen die rechtsmacht schept voor de Nederlandse rechter. De bevoegdheidsregels hiervoor staan in Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel Ibis-Vo).
De kantonrechter overweegt dat in de onderhavige procedure de Nederlandse rechter geen bevoegdheid kan ontlenen aan de bevoegdheidsbepalingen uit de Brussel Ibis-Vo. Op grond van artikel 7 lid 1 sub b van de Brussel Ibis-Vo komt bevoegdheid toe aan de Duitse rechter, omdat de roerende zaken uit de koopovereenkomst in Duitsland zijn geleverd.
Verzoekende partij stelt echter in het standaard vorderingsformulier A dat de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt op grond van een forumkeuze (ex artikel 25 Brussel Ibis-Vo). Partijen kunnen overeenkomstig dit wetsartikel exclusieve bevoegdheid voor een bepaald nationaal gerecht afspreken, tenzij deze overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft.
De kantonrechter overweegt dat het forumkeuzebeding, waar verzoekende partij zich op beroept, materieel nietig is, gelet op de voorwaarden van artikel 108 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Immers, een forumkeuze opgenomen in de algemene voorwaarden (aangegaan vóór het ontstaan van het geschil) leidt ertoe dat dit deel van de overeenkomst geen gevolg heeft.
De kantonrechter concludeert dat in de onderhavige procedure artikel 7 lid 1 sub b van de Brussel Ibis-Vo doorslaggevend blijft voor het bepalen van de bevoegdheid van de rechter. Nu de Duitse rechter bevoegd is, dient de (Nederlandse) kantonrechter zich onbevoegd te verklaren.