Insolventierecht

Fixatiebeginsel. Geen verficatie van vordering die per faillissementsdatum nog toekomstig was, ongeacht of…

Rechtbank Midden-Nederland, 5 februari 2013

Zaakgegevens

Op 5 februari 2013 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
5 februari 2013
Datum publicatie
7 augustus 2013
Zaaknummer
C-16-319518 - HA ZA 12-193
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2013:3230
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Fixatiebeginsel. Geen verficatie van vordering die per faillissementsdatum nog toekomstig was, ongeacht of deze rechtstreeks voortvloeit uit een per faillissementsdatum wel al bestaande rechtsverhouding.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/319518 / HA ZA 12-193

Vonnis van 26 juni 2013

in de zaak van

MR. G. KUIJPER

in hoedanigheid van curator in het faillissement van E-Privateoffice B.V.

kantoorhoudende te Amsterdam,

eiser,

advocaat mr. G. Kuijper te Amsterdam,

tegen

1 MR A.A.M. DETERINK

in hoedanigheid van curator in het faillissement van Econcern N.V.,

wonende te Eindhoven,

2. MR. W.J.M. VAN ANDEL

in hoedanigheid van curator in het faillissement van Econcern N.V.,

wonende te Utrecht,

gedaagden,

advocaat mr. V.H. Jurgens te Eindhoven.

Partijen zullen hierna Kuijper q.q. respectievelijk Deterink en Van Andel q.q. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het tussenvonnis van 6 februari 2013

  • het proces-verbaal van comparitie van 15 mei 2013 en de aldaar genoemde stukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

E-Privateoffice B.V. (hierna: EPO) heeft diensten verleend aan Econcern N.V. (hierna: Econcern). Op 12 juni 2009 is Econcern failliet verklaard. EPO heeft een vordering van € 1.285.259,83 ter verificatie ingediend in het faillissement van Econcern. EPO is op enig moment nadien gefailleerd.

3 Het geschil

3.1.

Kuijper q.q. vordert erkenning van de hiervoor in 2.1 vermelde vordering.

3.2.

Deterink en Van Andel q.q. voeren verweer.

4 De beoordeling

4.1.

Kuijper q.q. heeft in de onderhavige procedure op eigen naam van conclusie van eis tot verificatie gediend, waaruit de rechtbank afleidt dat hij de procedure op voet van artikel 27 lid 3 van de Faillissementswet (Fw) van EPO heeft overgenomen.

4.2.

De vordering van Kuijper q.q. strekt naar eigen zeggen tot nakoming van contractuele betalingsverplichtingen van Econcern uit hoofde van tussen EPO en Econcern vóór het faillissement van Econcern overeengekomen dienstverlening, over de periode ná faillietverklaring. Deze vordering was aldus, binnen de context van de stellingen van Kuijper q.q., op de dag van faillietverklaring van Econcern nog een toekomstige vordering tot nakoming. Deze is op voet van artikel 24 Fw niet verifieerbaar. Hieraan doet niet af dat de vordering – volgens de stellingen van Kuijper q.q. – rechtstreeks voortvloeit uit overeenkomsten tussen EPO en Econcern die op de dag van faillietverklaring van Econcern reeds bestonden (vlg. T.T. van Zanten, De overeenkomst in het insolventierecht (diss. Groningen), Deventer: Kluwer 2012, p. 22-25).

4.3.

Kuijper q.q. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Deterink en Van Andel q.q. worden begroot op:

  • griffierecht €  1.436,00

  • salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal €  2.340,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt Kuijper q.q. in de proceskosten, aan de zijde van Deterink en Van Andel q.q. tot op heden begroot op € 2.340,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Frieling en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2013.?