Insolventierecht
Het faillissement is uitsproken van een vennootschap onder firma in liquidatie, nu kennelijk de vereffening…
Rechtbank Midden-Nederland, 15 oktober 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:5261 · Rechtbank Midden-Nederland · 15 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2019-5261
Zaakgegevens
Op 15 oktober 2019 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2019
- Datum publicatie
- 13 november 2019
- Zaaknummer
- C/16/19/507 F
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2019:5261
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het faillissement is uitsproken van een vennootschap onder firma in liquidatie, nu kennelijk de vereffening nog niet is voltooid.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/19/507 F
Vonnis op grond van artikel 1 Fw (verzoek tot faillietverklaring)
d.d. 15 oktober 2019
in de zaak van
de besloten vennootschap
[verzoekster 1] B.V.
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
en
de besloten vennootschap
[verzoekster 2] B.V. ,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
verzoekers,
advocaat mr. G.W. Weenink
tegen
de vennootschap onder firma in liquidatie
[verweerster] ,
gevestigd te [adres]
[postcode] [vestigingsplaats 3] ,
verweerster.
1 De procedure
Door verzoekers is een verzoekschrift tot faillietverklaring ingediend bij deze rechtbank op 2 september 2019. Dit verzoek is gericht tegen verweerster en haar vennoten.
Het verzoekschrift tot faillietverklaring is behandeld op een zitting achter gesloten deuren van 15 oktober 2019. Namens verweerster is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niemand verschenen. Verzoekers zijn door mr. A. Akman ter zitting bijgestaan.
2 De beoordeling
Nu niet is gesteld of gebleken dat het centrum van de voornaamste belangen van verweerders zich in een andere lidstaat bevindt dan die waarin het hoofdkantoor van verweerders is gelegen, gaat de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 3 van de EU Insolventieverordening uit van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter.
Uit het exploot waarmee de gerekestreerden werden opgeroepen, blijkt dat de vennootschap onder firma inmiddels werd opgeheven. Een ontbonden vennootschap onder firma blijft bestaan voor zover dit voor haar vereffening nodig is. Een faillietverklaring van een vennootschap onder firma in liquidatie is eveneens mogelijk, totdat de vereffening is voltooid (zie Hoge Raad 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3574). Verzoekers hebben gesteld, welke stelling niet werd betwist, dat de vereffening niet werd voltooid. Bij het verzoek werd een uittreksel uit het Handelsregister van 16 juli 2019 overgelegd. Op deze datum was van een voltooide vereffening kennelijk nog geen sprake. Er is niets aangevoerd waaruit blijkt dat er nadien handelingen zijn verricht om tot vereffening van de vennootschap te komen.
Na summier onderzoek is gebleken van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Ook van het vorderingsrecht van verzoekers is summierlijk gebleken.
Het verzoek zal met inachtneming van het bepaalde bij de artikelen 1, 2, 4, 6, en 14 Fw worden toegewezen.
3 De beslissing
De rechtbank:
verklaart
Vennootschap onder Firma in liquidatie
[verweerster] ,
ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nummer [..] ,
vestigingsadres: [postcode] [vestigingsplaats 3] , [adres] ,
in staat van faillissement,
benoemt tot rechter-commissaris mr. C.P. Lunter, lid van deze rechtbank, en stelt aan tot curator mr. A.D. van Dalen, advocaat te Utrecht, telefoonnummer [telefoonnummer] ,
geeft de curator last tot het openen van de aan verweerders gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Neijt en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2019 te 12:30 uur.