Insolventierecht

Insolventie, Wsnp toegewezen, ambtshalve eerdere ingangsdatum vastgesteld, maximaal afgedragen middels beslag…

Rechtbank Midden-Nederland, 20 april 2026

Zaakgegevens

Op 20 april 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
20 april 2026
Datum publicatie
20 mei 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2602851:R-RK
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:2765
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Insolventie, Wsnp toegewezen, ambtshalve eerdere ingangsdatum vastgesteld, maximaal afgedragen middels beslag en maximaal ingespannen.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Team Insolventie

Zittingsplaats Utrecht

Rekestnummer: NL:TZ:2602851:R-RK

Uitspraakdatum: 20 april 2026

Vonnis op grond van artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet ( “toepassing schuldsanering”)

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [woonplaats] ,

hierna te noemen [verzoeker] ,

Waar deze zaak over gaat

[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.

De rechtbank wijst het verzoek toe.

1 De procedure

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp.

1.2.

Het verzoek is behandeld op de zitting van donderdag 9 april 2026, waarbij aanwezig waren:

- [verzoeker] ;

- [A] , namens Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug.

2 De beoordeling

Toelating

2.1.

[verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

2.2.

[verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.

Duur

2.3.

De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex. artikel 349a Fw vast op 18 maanden.

Ingangsdatum

2.4.

De Faillissementswet bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

2.5.

De rechtbank stelt de eerdere ingangsdatum ambtshalve vast op 29 maart 2025. Uit de stukken blijkt dat sinds 29 maart 2025 maximaal beslag ligt op het salaris van [verzoeker] . De Hoge Raad heeft op 20 december 2024 geoordeeld dat een aflossing aan een schuldeiser door middel van een beslag eveneens als eerste aflossing in de zin van artikel 349a lid 1 Fw is aan te merken. De buitengerechtelijke schuldenregeling is medio 2024 reeds aangevangen. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat [verzoeker] vanaf 29 maart 2025 maximaal heeft afgelost. [verzoeker] heeft zich voorts maximaal ingespannen voor de schuldeisers door fulltime te werken.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [woonplaats] ;,

3.2.

benoemt tot rechter-commissaris mr. G. Konings,

en tot bewindvoerder [bewindvoerder] ,

Postbus 1467,

3800 BL Amersfoort,;

3.3.

stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de 18 maanden, te rekenen vanaf 29 maart 2025;

3.4.

geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden;

3.5.

bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is;

3.6.

stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen.

Dit is de beslissing van mr. P.M.E. Bernini, rechter, in samenwerking met R.A. Oelen, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026.

ECLI:NL:HR:2024:1913 r.o. 3.11.3