Insolventierecht

insolventie, WSNP, geen eerdere ingangsdatum, ambtshalve toetsing, toegelaten tot de wsnp.

Rechtbank Midden-Nederland, 6 januari 2026

Zaakgegevens

Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
6 januari 2026
Datum publicatie
3 februari 2026
Zaaknummer
602926 FTRK 25-1171
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:288
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

insolventie, WSNP, geen eerdere ingangsdatum, ambtshalve toetsing, toegelaten tot de wsnp.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

locatie Utrecht

zaaknummer: 602926 FTRK 25-1171

uitspraakdatum: 6 januari 2026

uitspraak op grond van artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet

( “toepassing schuldsanering”)

enkelvoudige kamer

[verzoekster] ,

wonende [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] ,

voorheen h.o.d.n. [handelsnaam] ,

gevestigd te [adres 2] , [postcode 2] [vestigingsplaats] .

Waar deze zaak over gaat

Mevrouw [verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp).

Dit verzoek wordt toegewezen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum te bepalen.

De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot haar oordeel is gekomen.

1 De procedure

1.1.

Mevrouw [verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.

1.2.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 5 januari 2026. Op de zitting zijn verschenen:

- Mevrouw [verzoekster] ;

- De heer [A] , schuldhulpverlener.

2 De beoordeling

De ontvankelijkheid

2.1.

Om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet mevrouw in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.

2.2.

Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens mevrouw geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. In plaats daarvan is direct een Wsnp-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat er door VDB-beheer faillissement is aangevraagd.

2.3.

De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. Mevrouw is daarom ontvankelijk in haar verzoek.

De toelating

2.4.

Mevrouw kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.

2.5.

Mevrouw [verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.

Duur

2.5.

De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex. artikel 349a Fw vast op 18 maanden.

Ingangsdatum

2.6.

De Faillissementswet bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.

2.7.

De rechtbank stelt vast dat mevrouw [verzoekster] niet heeft verzocht om een eerdere ingangsdatum. De rechtbank ziet ook geen aanleiding op basis van de ingediende stukken en datgene wat op zitting is besproken om ambtshalve een eerdere ingangsdatum vast te stellen. Er is geen minnelijke schuldsaneringsregeling opgestart. Niet is gebleken dat mevrouw [verzoekster] al volledig heeft voldaan aan alle verplichtingen.

3 De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] 1954 te [geboorteplaats] ,

wonende [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] ,

voorheen h.o.d.n. [handelsnaam] ,

gevestigd te [adres 2] , [postcode 2] [vestigingsplaats] ;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. P.J. Neijt,

en tot bewindvoerder [beschermingsbewindvoerder] ,

[adres 3] ,

[postcode 3] [plaats] ;

- stelt de looptijd van de schuldsaneringsregeling vast op 18 maanden;

- stelt bij wijze van voorschot, bij toereikend boedelactief, het salaris van de bewindvoerder vast op het op grond van artikel 2 van het Besluit salaris bewindvoerder schuldsaneringsregeling geldende bedrag;

- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Konings en is in het openbaar uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier R.A. Oelen, op 6 januari 2026.