Personen- en familierecht
Verzoek gezamenlijk gezag toegewezen. Vertrouwen van moeder in vader begrijpelijkerwijs beperkt gelet op…
Rechtbank Midden-Nederland, 22 november 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:6903 · Rechtbank Midden-Nederland · 22 november 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbmne-2024-6903
Zaakgegevens
Op 22 november 2024 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 22 november 2024
- Datum publicatie
- 18 december 2024
- Zaaknummer
- C/16/581356 / FO RK 24-1131
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2024:6903
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek gezamenlijk gezag toegewezen. Vertrouwen van moeder in vader begrijpelijkerwijs beperkt gelet op verleden. Vader heeft echter positieve ontwikkeling laten zien. Ouders staan bovendien open voor hulp. Geen risico dat minderjarige klem en verloren raakt.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht, locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/581356 / FO RK 24-1131
Gezag en omgang
Beschikking van 22 november 2024
in de zaak van:
[de vader] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. F. Boor,
tegen
[de moeder] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. S. van Beers.
1 De procedure
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
-
het verzoekschrift van de vader (met bijlagen), binnengekomen bij de rechtbank op 17 september 2024;
-
het verweerschrift van de moeder (met bijlage) van 20 november 2024;
-
een bericht van de vader (met bijlagen) van 21 november 2024.
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 22 november 2024. Daarbij waren aanwezig:
-
de vader met zijn advocaat;
-
de moeder met haar advocaat;
-
een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad): [A] .
De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om [minderjarige] , de achtjarige zoon van de ouders, in de gelegenheid te stellen om aan de rechter te vertellen wat hij van het verzoek vindt. De rechtbank is daartoe alleen verplicht bij kinderen die twaalf jaar of ouder zijn. Als ze jonger zijn mág de rechtbank dat doen.
2 Waar de procedure over gaat
De ouders hebben een relatie met elkaar gehad. Deze relatie is in 2018 beëindigd.
Zij hebben samen een kind: [minderjarige] , geboren op [2016] in [geboorteplaats].
[minderjarige] woont bij de moeder.
De moeder heeft alleen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat de moeder alleen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] mag nemen.
De ouders zijn het niet eens over het gezag. De vader wil samen met de moeder het ouderlijk gezag over [minderjarige] . De moeder is het hier niet mee eens. Zij vindt gezamenlijk gezag niet in het belang van [minderjarige] .
3 De beoordeling
De conclusie
De rechtbank zal het verzoek van de vader om samen met de moeder met het gezag over [minderjarige] te worden belast toewijzen. Dat betekent dat de ouders vanaf nu samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] moeten nemen. De rechtbank verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De uitleg
Ouders moeten samen beslissingen over hun kinderen nemen, ook als zij uit elkaar zijn. De rechtbank ziet geen reden om in deze situatie van dit uitgangspunt af te wijken.
De rechtbank heeft gehoord en gelezen dat de vader een moeilijke periode heeft gehad. Inmiddels gaat het een stuk beter met hem. Hij heeft gewerkt aan zijn alcoholverslaving en heeft diploma’s gehaald. Dat is heel positief. Hij hoopt en wil nu een grotere rol te kunnen gaan spelen in het leven van [minderjarige] . Hij wil onder andere samen met de moeder het gezag over [minderjarige] hebben. De moeder is het daar niet mee eens. Zij maakt zich zorgen over het gebrek aan communicatie tussen de ouders en is bang dat de vader, net als vroeger, dwingend kan worden in zijn contact. Tegelijkertijd heeft de moeder bevestigd dat de vader al lang geen dwingende mails heeft gestuurd. De moeder ziet ook dat het beter gaat met de vader.
De rechtbank begrijpt dat de moeder zorgen heeft over het gezamenlijk gezag. De vader heeft in het verleden namelijk dingen gedaan die niet goed en ook makkelijk waren voor de moeder en [minderjarige] . Ook heeft de moeder jarenlang alleen voor [minderjarige] gezorgd. De rechtbank ziet echter dat de situatie is veranderd. De vader stelt zich betrokken en verantwoordelijk op en neemt zijn taak als vader nu serieus. De ouders hebben momenteel via de mail contact over de omgangsmomenten tussen [minderjarige] en de vader. Het lukt de ouders afspraken te maken over de omgang en ze zijn het erover eens dat de omgangsmomenten goed verlopen. Het klopt dat de ouders verder geen contact hebben, maar de rechtbank vindt niet dat dat een reden is om het verzoek tot het gezamenlijk gezag af te wijzen. De rechtbank is ook verder van oordeel dat er geen risico is dat [minderjarige] bij gezamenlijk gezag klem zou raken tussen de ouders. Zo lijken de ouders het over veel dingen eens te zijn, zoals bijvoorbeeld de speltherapie voor [minderjarige] . Omdat de ouders in het vervolg samen keuzes zullen moeten maken voor [minderjarige] is het wel belangrijk dat de communicatie beter wordt. Daarom moeten de ouders hulp gaan zoeken. Welke hulp passend zou zijn kan eventueel besproken worden met Atlas, de organisatie die zich bezighoudt met de omgang tussen de vader en [minderjarige] . De ouders hebben allebei aangegeven dat zij openstaan voor ouderschapsbemiddeling, dus de rechtbank heeft er vertrouwen in dat zij een dergelijk traject gaan volgen.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.
4 De beslissing
De rechtbank:
belast de vader samen met de moeder met het gezag over [minderjarige] ;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2024 door mr. T. Dopheide, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. L.N. van Oostveen, griffier en op schrift gesteld op 13 december 2024. |
|
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. |