Personen- en familierecht

RM toegewezen voor 6 mnd. Geen verweer vanuit adv.

Rechtbank Midden-Nederland, 30 april 2026

Zaakgegevens

Op 30 april 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
30 april 2026
Datum publicatie
29 mei 2026
Zaaknummer
C/16/610148 / FV RK 26-982
Procedure
Beschikking
Advocaat
mr. J.G.M. Dassen.
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:2940
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

RM toegewezen voor 6 mnd. Geen verweer vanuit adv.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/610148 / FV RK 26-982

Datum uitspraak: 30 april 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1948 in [geboorteplaats] ,

hierna: betrokkene,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. J.G.M. Dassen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 15 april 2026 ontvangen.

1.2.

De zitting heeft plaatsgevonden op 30 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

  • [persoon1] , casemanager;

  • [persoon2] , zoon.

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

2.2.

De advocaat heeft zich gerefereerd naar het oordeel van de rechter.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet zorg en dwang. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.

3.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis, dementie syndroom. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 9 april 2026.

3.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

3.4.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.

3.5.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1948 in [geboorteplaats] ;

4.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 oktober 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026 door mr. A.C. van den Boogaard, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 30 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.