Personen- en familierecht
gesloten machtiging; meer vrijheden; contact met de ouders moet worden uitgebreid; GI moet (in het vervolg)…
Rechtbank Midden-Nederland, 20 mei 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3246 · Rechtbank Midden-Nederland · 20 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbmne-2026-3246
Zaakgegevens
Op 20 mei 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 20 mei 2026
- Datum publicatie
- 12 juni 2026
- Zaaknummer
- C/16/606467 / JE RK 26-160
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:3246
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
gesloten machtiging; meer vrijheden; contact met de ouders moet worden uitgebreid; GI moet (in het vervolg) bewijs overleggen van stellingen over urine controles, anders kan de kinderrechter er niet zonder meer vanuit gaan dat het waar is wat de GI zegt.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/606467 / JE RK 26-160
Datum uitspraak: 20 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling SAMEN VEILIG MIDDEN NEDERLAND, gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. C. Lamphen.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
Mevrouw [stiefmoeder], hierna te noemen de stiefmoeder, wonende in [woonplaats] .
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
de beschikking van 26 februari 2026;
-
de brief van de GI met als bijlagen de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper en het behandelplan van [instelling] van 4 mei 2026.
Op 20 mei 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
-
[minderjarige] met zijn advocaat;
-
de vader en de stiefmoeder, bijgestaan door de tolk B. Naseh;
-
[A.] , jeugdbeschermer namens de GI.
2 De feiten
De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat hij de belangrijke beslissingen over [minderjarige] neemt.
[minderjarige] verblijft op de gesloten groep [locatie] bij [instelling] in [plaats] sinds 22 december 2025.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 oktober 2023 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 24 oktober 2024. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 15 oktober 2025 tot 24 oktober 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 oktober 2023 een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 24 oktober 2024. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 15 oktober 2025 tot 24 oktober 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 december 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 4 maart 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 februari 2026 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 26 mei 2026, waarbij de beslissing op het verzoek voor het overige is aangehouden.
3 Het (aangehouden) verzoek
De kinderrechter moet in deze zaak nog een beslissing nemen over het aangehouden deel van het verzoek van de GI (drie maanden) om een machtiging tot plaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen.
Volgens de GI laat [minderjarige] binnen de gesloten setting zien dat hij kan functioneren binnen duidelijke kaders, structuur en toezicht. Hij neemt deel aan het dagprogramma, volgt onderwijs en kan in contact vriendelijk en meewerkend zijn. Tegelijkertijd vindt de GI dat deze positieve lijn kwetsbaar en niet duurzaam bestendigd is. Er is nog steeds sprake van wisselende emotieregulatie, momenten van fysieke en verbale agressie, beperkt probleeminzicht en terugval in eerder probleemgedrag.
4 De standpunten
[minderjarige] vindt een verblijf van nog eens drie maanden te lang en voelt zich niet gehoord. Desondanks begrijpt hij dat het op dit moment wel beter is om op dezelfde plek te blijven. Hij hoopt wel dat hij meer vrijheden krijgt. Naar eigen zeggen voldoet hij steeds aan de doelen die gesteld worden, maar wordt er verder niets mee gedaan. Daarnaast wil hij meer contact met zijn ouders.
De vader en stiefmoeder willen ook graag meer contact met [minderjarige] , maar begrijpen ook dat [minderjarige] nog steeds niet terug naar huis kan.
5. De beoordeling
De beslissing
De kinderrechter zal een machtiging verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden vanaf 26 mei 2026, dus tot 26 augustus 2026.
Aan de wettelijke vereisten is voldaan
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. Verder is sprake van een ondertoezichtstelling van [minderjarige] . Dit betekent dat aan de wettelijke vereisten is voldaan. Hierna licht de kinderrechter dit toe.
Ernstige opgroeiproblemen
Er is nog steeds sprake van ernstige opgroeiproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid belemmeren. De positieve lijn die eerder is ingezet lijkt nog steeds pril, maar voor de kinderrechter is niet voldoende vast komen te staan hoe het nu werkelijk gaat, omdat de verhalen van [minderjarige] en van de betrokken hulpverleners haaks op elkaar staan. Wel is het voor de kinderrechter duidelijk dat [minderjarige] de gesloten setting nog nodig heeft, zodat hij zich op een gezonde manier tot volwassenheid kan ontwikkelen.
Gesloten jeugdhulp noodzakelijk
Binnen de gesloten setting heeft [minderjarige] ook in de afgelopen drie maanden positieve ontwikkelingen laten zien, maar er hebben zich ook situaties voorgedaan waardoor het lijkt dat [minderjarige] nog vervolgondersteuning nodig heeft en dat een open groep onvoldoende kaders en begeleiding voor [minderjarige] biedt. [minderjarige] heeft sinds kort een buddy coach en hij volgt PMT. Dit doet hem goed. De kinderrechter hoopt dat in de aankomende drie maanden [minderjarige] verder wordt ondersteund zodat hij het buiten een gesloten setting kan volhouden.
Geen minder ingrijpende mogelijkheden
Op dit moment is er nog geen passend en haalbaar perspectief voor [minderjarige] . De GI heeft [minderjarige] aangemeld bij [naam] van het Leger des Heils, maar het is nog niet bekend of [minderjarige] daar terecht kan. Buiten een gesloten setting is het risico nog steeds te groot dat [minderjarige] terugvalt in zijn gedrag zonder voldoende behandeling, stabilisatie en een passende plek.
Wat belangrijk is de komende periode
Tijdens de zitting is wederom besproken dat [minderjarige] veel vrijheidsbeperkingen heeft. De reden daarvoor is dat [minderjarige] de regel heeft overtreden dat hij geen middelen mag gebruiken. Volgens [minderjarige] heeft hij slechts een paar keer geblowd na emotioneel zeer ingrijpende gebeurtenissen. [minderjarige] was toen zeer eenzaam waardoor hij, zo vertelde [minderjarige] tijdens de zitting, een paar keer heeft geblowd omdat het hem teveel werd. Ten gevolge van het blowen is hij langdurig beperkt in zijn contact met zijn ouders, terwijl zij tot voor kort, de enige personen zijn met wie hij kan praten. [minderjarige] heeft daardoor emotioneel een zeer belastende en eenzame periode meegemaakt. Dit was voor [minderjarige] heel demotiverend. [minderjarige] heeft er behoefte aan om ook gehoord te worden. Hij had graag willen uitleggen hoe het kon gebeuren als hij een overtreding had begaan.
De kinderrechter vindt het belangrijk dat [minderjarige] mensen om zich heen heeft waarmee hij kan praten. Door de hulpverlening is ook gezien dat [minderjarige] eenzaam is. Het is voor hem daarom heel fijn dat hij inmiddels een buddy coach heeft. Hij kan hem alles vertellen, zodat hij aan hem zijn verhaal kwijt kan. Nu ook PMT is opgestart, kan [minderjarige] zijn verhaal ook kwijt bij zijn PMT begeleider. De buddy coach en PMT moeten daarom worden voortgezet omdat dit hem goed doen.
Het contact met de ouders is nog steeds belangrijk. Uit de instemmingsverklaring blijkt dat het contact tussen [minderjarige] en zijn ouders moet worden gestimuleerd. De kinderrechter begrijpt daarom niet waarom het contact met zijn ouders langdurig is beperkt. Beperking van het (bel)contact met ouders schuurt met het uitdrukkelijke advies van de gedragswetenschapper. De gedragswetenschapper adviseert namelijk: “Verder blijft het belang om ‘bruggen te slaan naar de familie’ om zijn idee van ontheemd en alleen staan te verminderen.” Volgens de kinderrechter moet [minderjarige] daarom juist vaker kunnen bellen met zijn ouders. De gedragswetenschapper adviseert om de mogelijkheden te onderzoeken voor verlof van [minderjarige] naar zijn ouders. Het is niet in het belang van [minderjarige] dat hij steeds als een van de weinigen moet achterblijven op de groep. Er is behoefte aan omgang en daar moet naar toe gewerkt worden. Ten aanzien van het verruimen van de vrijheden in dit verband merkt de kinderrechter op dat [minderjarige] bijna 17 jaar is. Hij moet leren omgaan met zijn vrijheden en dat kan alleen als hij vrijheden krijgt.
Tenslotte wenst de kinderrechter nog op te merken dat als de GI na de termijn van drie maanden opnieuw een verzoek doet om [minderjarige] in een gesloten setting te laten plaatsen, waarbij de grondslag mede is dat hij zich vaak niet houdt aan de afspraken over middelengebruik en dat dit gebleken is uit urinecontroles, de GI daar ook bewijs van moet overleggen. Als [minderjarige] dit dan namelijk betwist, zoals dat nu ook al het geval was, dan kan dat met hem worden besproken. Als er geen bewijs bij het verzoek wordt overgelegd, kan de kinderrechter er niet zonder meer van uitgaan dat de door de GI gestelde, maar door [minderjarige] betwiste overtredingen een verdere gesloten plaatsing nog rechtvaardigen.
De duur van de machtiging
De kinderrechter machtigt de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 26 mei 2026 tot 26 augustus 2026.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. L.A.C. de Vaan, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026, in aanwezigheid van mr. I.C. van Schip als griffier, en op schrift gesteld op 3 juni 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.