Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland · Beschikking · Personen- en familierecht

Rechtbank Midden-Nederland, 13 april 2026

Zaakgegevens

Op 13 april 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
13 april 2026
Datum publicatie
16 juli 2026
Zaaknummer
C/16/609372
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:4431
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Zorgmachtiging

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/609372 / FV RK 26-850

Datum uitspraak: 13 april 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats] ,

advocaat mr. A. van Londen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 31 maart 2026;

  • het plan van aanpak van betrokkene, binnengekomen bij de rechtbank op 13 april 2026, na de zitting.

1.2.

De zitting heeft plaatsgevonden op 13 april 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • de vader van betrokkene;

- [A] , arts.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft eerder een zorgmachtiging verleend tot en met 10 mei 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden en houdt de beslissing op het overige deel aan. Aan alle voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is namelijk voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een bipolaire stoornis type 1. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 10 maart 2026.

4.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

4.4.

Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.

4.5.

De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene is in samenwerking met de hulpverlening en heeft een plan van aanpak opgesteld. Hij wil de zorg op vrijwillige basis voortzetten. Betrokkene heeft uitgelegd dat hij medicatie wil blijven gebruiken. Hij ervaart een zorgmachtiging als onnodige druk die zijn herstelproces en zijn gevoel van autonomie belemmert. Hij vreest dat een zorgmachtiging een negatief effect zal hebben op de positieve ontwikkeling die is ingezet. De vader van betrokkene heeft aangegeven dat hij vertrouwen heeft in betrokkene. De arts heeft verklaard dat er twijfels zijn over het ziektebesef- en inzicht van betrokkene waardoor het vertrouwen in de vrijwilligheid van betrokkene op dit moment nog niet voldoende aanwezig is. Betrokkene bevindt zich nu in de startfase van de behandeling waardoor het te vroeg is om de zorg op vrijwillige basis voort te zetten.

4.6.

De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank heeft gehoord en gelezen dat er bij betrokkene sprake is van een positieve ontwikkeling. Betrokkene is hard bezig om aan zichzelf te werken en heeft ook een eigen plan van aanpak gemaakt. Dat is bewonderenswaardig. Tegelijkertijd constateert de rechtbank ook dat betrokkene, recent (in het najaar van 2025) is opgenomen: het ging toen helemaal niet goed met hem. Hoewel de rechtbank veel vertrouwen heeft in betrokkene (en zijn netwerk), acht de rechtbank het nu nog te vroeg om de hulp in het vrijwillig kader voort te zetten. Betrokkene lijdt aan een onvoorspelbare ziekte die vrijwillige samenwerking tijdens manische episoden kan bemoeilijken. De rechtbank vindt het belangrijk dat betrokkene langer stabiel blijft, zodat het vertrouwen in voortzetting van de samenwerking zonder zorgmachtiging bij de behandelaren kan groeien. Dat maakt dat er op dit moment nog geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De rechtbank vindt daarom de komende tijd een zorgmachtiging nog nodig om de voortgang van betrokkene te kunnen monitoren.

4.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.

4.8.

Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- opnemen in een accommodatie.

4.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

4.10.

Gelet op de positieve ontwikkeling van betrokkene, het door hem gemaakte plan van aanpak en zijn jonge leeftijd acht de rechtbank, zoals door de advocaat van betrokkene subsidiair is bepleit, een machtiging voor kortere duur dan de gevraagde twaalf maanden aan de orde. Daarom zal de rechtbank de zorgmachtiging verlenen voor de duur van zes maanden en het overige deel van het verzoek aanhouden. De rechtbank vindt het belangrijk dat Altrecht in samenspraak met betrokkene een plan maakt om betrokkene stabiel te houden. Daarbij dient betrokkene te laten zien dat hij zich aan de afspraken kan houden en in gesprek wil blijven met Altrecht. De rechtbank verzoekt Altrecht om uiterlijk 13 augustus 2026 de rechtbank schriftelijk te informeren of zij het overige deel van het verzoek handhaaft. Indien dat het geval is verneemt de rechtbank van Altrecht ook graag hoe de zorg de afgelopen tijd is verlopen en waarom een zorgmachtiging nog nodig is voor betrokkene. Altrecht dient dan ook een nieuwe medische verklaring over te leggen.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. en 4.8. staan kunnen worden toegepast;

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 oktober 2026;

5.3.

houdt de beslissing op het overige deel van het verzoek aan;

5.4.

verzoekt Altrecht om uiterlijk 13 augustus 2026 de rechtbank schriftelijke te informeren of zij het verzoek voor het overige deel handhaaft. Indien dit het geval is verzoekt de rechtbank Altrecht om de rechtbank ten minste een week voorafgaand aan de nog te plannen zitting schriftelijk te informeren over de actuele gezondheidssituatie van betrokkene en waarom een zorgmachtiging nog nodig is voor betrokkene. Altrecht dient daarbij ook zorg te dragen voor een nieuwe medische verklaring die tenminste een week voor de nog te plannen zitting dient te worden overgelegd.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2026 door mr. M.W.V. van Duursen, rechter, in aanwezigheid van S. Ördü, griffier en op schrift gesteld op 21 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.