Personen- en familierecht
verlenging ots en uhp en kindbrief
Rechtbank Midden-Nederland, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4453 · Rechtbank Midden-Nederland · 18 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbmne-2026-4453
Zaakgegevens
Op 18 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Datum publicatie
- 17 juli 2026
- Zaaknummer
- C/16/610973 / JE RK 26-642
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M. Tijseling.
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:4453
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verlenging ots en uhp en kindbrief
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/610973 / JE RK 26-642
Datum uitspraak: 18 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland,
gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. M. Tijseling.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
-
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 april 2026;
-
het bericht met bijlage (SAVE evaluatie & vervolgplan) van de GI van
9 juni 2026;
- de reactie van de moeder op het verzoek met producties 1 tot en met 3 van
15 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
-
de moeder met haar advocaat;
-
mevrouw [A.] namens de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover op 16 juni 2026 een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Aan het einde van de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan.
Dit is de schriftelijke uitwerking van de beslissing.
2 De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij [locatie] in [plaats] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 juni 2024 [minderjarige]
onder toezicht gesteld tot 24 juni 2025. Bij beschikking van 17 juni 2025 is de ondertoezichtstelling verlengd tot 24 juni 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 juni 2024 een
machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsvervangende omgeving (pleeggezin of gezinshuis) tot 24 juni 2025. Bij beschikking van 17 juni 2025 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van
een jeugdhulpaanbieder dan wel een gezinsvervangend huis verlengd tot 24 juni 2026.
3 Het verzoek van de GI
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 Het standpunt van de moeder
De moeder begrijpt dat in deze situatie de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing niet opgeheven kunnen worden. De moeder benadrukt opnieuw dat het uitgangspunt daarbij moet zijn, dat gewerkt wordt aan terugplaatsing naar huis, bij moeder.
5 De beoordeling
De ondertoezichtstelling
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar, dat wil zeggen tot 24 juni 2027. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de stukken en het gesprek op de zitting volgt dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De ernstige ontwikkelingsbedreiging is nog steeds aanwezig. [minderjarige] komt nog niet tot goed contactherstel met zijn moeder. Dat leek beter te gaan na de plaatsing bij [locatie] , maar na contactmomenten met het ex-pleeggezin is er toch stagnatie opgetreden. [minderjarige] is in staking: hij weigert contact met zijn moeder als het contact met andere mensen die hij belangrijk in zijn leven vindt niet vermeerderd wordt. Daar staat tegenover dat hij nu wel belt en appt met zijn moeder en zich door zijn moeder laat ophalen van een feestje en dat het dan gezellig is in de auto. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe deze stagnatie nu weer vlotgetrokken gaat worden. Hierover worden wel gesprekken gevoerd, waarbij de MDFT-therapeut aanhaakt. Dit MDFT-traject is echt laat gestart, maar nu wel op dreef. [minderjarige] heeft goed contact met zijn therapeut. Het idee is om nu even rust te geven en dan opnieuw het gesprek aan te gaan. De kinderrechter maakt zich wel zorgen over hoe het verder moet als ook deze aanpak niet lukt. Daarnaast wordt gekeken naar eenzelfde manier van contact met het ex-pleeggezin als met de moeder, dus met begeleiding van het [naam 1] . Er is geregeld dat de begeleider een persoon is die [minderjarige] ook prettig vindt. De kinderrechter is het met de GI eens dat het goed is om op die omgang hetzelfde zicht te hebben als op de omgang met de moeder.
Verder is een zorg dat [locatie] volgens de GI geen blijvende plek is voor [minderjarige] . [locatie] houdt zich onder meer niet aan de afspraken die over het contact tussen [minderjarige] en het ex-pleeggezin gemaakt zijn en houdt zowel de GI als de moeder niet op de hoogte terwijl dit wel is afgesproken. Bovendien was [locatie] altijd al bedoeld als een tijdelijke noodplek, omdat de bewoners qua problematiek (autisme) niet passen bij [minderjarige] . Er worden nu gesprekken gevoerd met het [naam 2] om te kijken naar een geschiktere plek. Ook moet er opnieuw een perspectiefonderzoek gedaan worden. Eerder leek dit op koers te liggen doordat de omgang tussen de moeder en [minderjarige] na de plaatsing bij [locatie] beter leek te gaan, maar dat positief verloop stopte toen [minderjarige] de omgang met zijn moeder stopzette. Nu moet eerst meer de kans worden gegeven aan het MDFT-traject en vervolgens een instantie worden gevonden die het perspectiefonderzoek gaat uitvoeren.
Gedurende het komende ondertoezichtstelling jaar zal er in ieder geval aan de volgende doelen gewerkt moeten worden:
-
er is frequent contact tussen [minderjarige] en de moeder en het contact verloopt veilig en positief. Het contact tussen de moeder en [minderjarige] blijft wekelijks plaatsvinden en wordt, waar mogelijk en passend bij de behoeften van [minderjarige] , verder uitgebreid in frequentie en duur;
-
de betrokken hulpverlening blijft actief ingezet, waarbij de moeder en [minderjarige] open samenwerken en onderlinge afstemming en bereidheid tot het geven en ontvangen van feedback wordt verwacht. Zodat er op passende wijze kan worden aangesloten bij de behoeften en ontwikkeling van [minderjarige] ;
-
er wordt een nieuwe woonomgeving (groep) gevonden, die beter aansluit bij de behoeften, ontwikkeling en problematiek van [minderjarige] ;
-
het perspectief van [minderjarige] wordt opnieuw onderzocht.
De machtiging tot uithuisplaatsing
De kinderrechter zal ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen voor de duur van een jaar, dat wil dus zeggen tot 24 juni 2027. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] is noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De situatie is sinds de vorige machtiging niet veranderd. [minderjarige] kan op dit moment niet terug naar zijn moeder. Wel moet er gekeken worden naar een andere plek voor hem om te wonen. Een plek waar [minderjarige] beter op zijn plek zit, met kinderen die meer zoals hij zijn, waar het contactherstel met de moeder beter wordt ondersteund en waar afspraken met de GI worden nagekomen. Het is belangrijk dat deze plek in de omgeving van zijn huidige school is, omdat [minderjarige] het goed doet op school en fijne vrienden heeft gemaakt. Dat moet gecontinueerd worden.
Uitvoerbaar bij voorraad
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is
verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Een brief aan [minderjarige]
De kinderrechter vindt het belangrijk de moeder en de GI te laten weten dat aan [minderjarige] , gelijk met de beschikking, een brief is gestuurd, waarin de beslissing is uitgelegd. In die brief is het volgende opgenomen:
‘Beste [minderjarige] ,
Op 16 juni hebben wij elkaar gesproken op de rechtbank. Ik had jou daarvoor uitgenodigd, omdat de jeugdbeschermer bij de rechtbank een verzoek had ingediend om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor een jaar. Tijdens ons gesprek heb jij mij verteld dat jij het prima vindt als de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd, wat jou betreft tot je 18 jaar bent, en dat je het ook oké vindt om bij [locatie] te blijven wonen. Daarnaast heb jij mij verteld dat je geen omgang met jouw moeder wil, zolang de omgang met andere mensen (jouw
ex-pleeggezin, het pleeggezin van je broer en de pleeggezinnen waar je vroeger in het weekend kwam) niet uitgebreid wordt/mogelijk is. Ik heb jou toen uitgelegd dat op deze zitting door mij geen beslissingen genomen worden over het contact met jouw moeder en andere mensen zoals jouw ex-pleeggezin, maar dat ik jouw wensen wel zou bespreken.
Op 18 juni was de zitting op de rechtbank. Op de zitting waren jouw moeder met haar advocaat en jouw jeugdbeschermer, [A.] , van Samen Veilig aanwezig. Aan het einde van de zitting heb ik direct de beslissing genomen. Zoals afgesproken tijdens ons gesprek leg ik jou in deze brief uit welke beslissingen ik heb genomen en waarom.
Ik heb de ondertoezichtstelling met een jaar verlengd. Zoals ik ook tijdens ons gesprek heb verteld, mag ik op basis van de wet niet langer verlengen dan met een jaar. Ik vind het belangrijk dat de jeugdbeschermer bij jou en jouw moeder betrokken blijft. Zoals jullie contact nu met elkaar loopt, gaat het niet goed. Het is nodig dat samen met de MDFT-therapeut gekeken wordt wat er wel mogelijk is in het contact tussen jou en je moeder. Ik heb jouw wens over meer contact met andere mensen op de zitting besproken. De gezinsvoogd heeft toen verteld dat op dit moment het contact tussen jou en jouw ex-pleeggezin niet wordt uitgebreid. Ik weet dat jij dat wel wil, maar er zijn zorgen over wat dit contact betekent voor het contact tussen jou en jouw moeder. Om hier goed naar te kunnen kijken zal [B.] van het [naam 1] ook mee gaan kijken naar de omgang tussen jou en het ex-pleeggezin. Hopelijk wordt hierdoor duidelijk wat er aan de hand is en kun jij over een tijd goed contact hebben met zowel jouw moeder als de andere mensen over wie jij aan mij verteld hebt dat jij graag contact met hen wilt.
Ook heb ik de machtiging tot uithuisplaatsing met een jaar verlengd. Je kan nu niet bij jouw moeder wonen. Maar ik ben het met de jeugdbeschermer eens dat je ook niet bij [locatie] kan blijven. Er moet gezocht worden naar een plek die beter aansluit bij wat jij nodig hebt en waar kinderen zitten die meer zoals jij zijn. Het is belangrijk dat deze plek in de omgeving van jouw huidige school is, omdat het goed gaat met jou op deze school en je daar ook fijne vrienden hebt.
Ik begrijp dat dit niet helemaal is zoals jij het wil. Maar ik hoop wel dat ik je met deze brief duidelijk heb uitgelegd waarom ik over de zaken die wel aan mij waren gevraagd, deze beslissingen heb genomen.’
6 De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 24 juni 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 24 juni 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 7 juli 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.