Personen- en familierecht

verzoek handlichting van minderjarige, niet op zitting verschenen, verzoek afgewezen.

Rechtbank Midden-Nederland, 18 juni 2026

Zaakgegevens

Op 18 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
18 juni 2026
Datum publicatie
20 juli 2026
Zaaknummer
12150148 AT VERZ 26-245
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:4525
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

verzoek handlichting van minderjarige, niet op zitting verschenen, verzoek afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

zaaknummer : 12150148 AT VERZ 26-245

dossiernummer : [nummer]
datum : 18 juni 2026

Beschikking op een verzoek tot handlichting

op verzoek van:

[verzoeker] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

met als belanghebbenden

[belanghebbende 1] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: moeder,

en

[belanghebbende 2] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: vader.

1 De procedure

1.1.

[verzoeker] heeft op 5 februari 2026 een verzoekschrift ingediend.

1.2.

Het verzoek is mondeling behandeld op 18 juni 2026. Hoewel behoorlijk opgeroepen is er niemand verschenen op zitting.

2 Waar deze procedure over gaat

2.1.

[verzoeker] is geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] .

2.2.

De ouders hebben het gezag over [verzoeker] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over [verzoeker] moeten nemen.

2.3.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter om een handlichting waarbij aan hem bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige worden toegekend. Meer in het bijzonder wenst [verzoeker] de bevoegdheid te verkrijgen om zelfstandig rechtshandelingen te verrichten in de uitoefening van zijn onderneming, zoals het sluiten van overeenkomsten met klanten en leveranciers en het openen en gebruiken van een zakelijke rekening.

2.4.

Bij het verzoek zat een brief van de ouders waarin zij instemmen met het verzoek tot handlichting.

3 De beoordeling

3.1.

De kantonrechter wijst het verzoek van [verzoeker] om aan hem handlichting te verlenen af. De kantonrechter zal dit hierna nader toelichten.

3.2.

De kantonrechter heeft [verzoeker] verzocht om voor de zitting een bedrijfsplan aan te leveren. Deze heeft de kantonrechter tot op heden niet ontvangen. [verzoeker] en zijn ouders zijn niet verschenen op zitting. Daardoor heeft de kantonrechter de vragen die er waren niet kunnen stellen. Hierdoor is te veel onduidelijk gebleven om het verzoek toe te wijzen.

4 De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, kantonrechter, in samenwerking met R.A. Oelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden

Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.