Personen- en familierecht
Huwelijksvermogensrecht: Turkse overeenkomst scheiding van goederen (huwelijkse voorwaarden). De vrouw…
Rechtbank Midden-Nederland, 16 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5527 · Rechtbank Midden-Nederland · 16 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbmne-2026-5527
Zaakgegevens
Op 16 juli 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 16 juli 2026
- Datum publicatie
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/16/550686 / FL RK 23-39
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:5527
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huwelijksvermogensrecht: Turkse overeenkomst scheiding van goederen (huwelijkse voorwaarden). De vrouw betwist de ovk niet meer. De rechtbank kan niet anders dan daarvan uitgaan en het verzoek van de man toewijzen (verklaring voor recht)
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/550686 / FL RK 23-39
Huwelijksvermogensrecht
Beschikking van 16 juli 2026
in de zaak van:
[de vrouw] ,
volgens de huwelijksakte ook genaamd [naam],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. A. Özmen,
tegen
[de man] ,
volgens de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) wonende in Turkije,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. E.B. Doganer.
1 De procedure
De rechtbank heeft op 28 april 2025 de man gelast om binnen vier weken na vandaag de volledige bankafschriften van zijn bankrekeningen bij ABN AMRO aan de vrouw te overleggen per 1 oktober 2020 tot en met de peildatum. De verzoeken van de vrouw tot het vaststellen van kinder- en partneralimentatie zijn afgewezen. De verzoeken over de verdeling, de verklaring voor recht en de gebruiksvergoeding zijn aangehouden voor vier weken, waarbij partijen in de gelegenheid zijn gesteld om zich daarover uit te laten.
De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:
-
de e-mail van de man van 25 mei 2025;
-
het bericht van de vrouw van 26 mei 2025;
-
het bericht (met bijlagen) van de vrouw van 8 juni 2026;
-
het bericht (met bijlage) van de vrouw van 10 juni 2026;
-
het bericht (met bijlage) van de vrouw van 12 juni 2026;
-
het uitstelverzoek van de man van 14 juni 2026;
-
het bericht van de vrouw van 15 juni 2026;
-
het uitstelverzoek (met bijlagen) van de man van 16 juni 2026;
-
het bericht van de vrouw van 16 juni 2026;
-
het bericht van de man van 17 juni 2026.
De rechtbank heeft de uitstelverzoeken van de man afgewezen.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van
18 juni 2026. Daarbij waren aanwezig: de vrouw met haar advocaat en M. Yildiz als tolk.
De advocaat van de man heeft bericht dat zij, na instructie van de man, niet ter zitting zal verschijnen.
2 Waar de procedure over gaat
De rechtbank moet nog beslissen op:
De verzoeken van de vrouw:
-
primair: een verdeling vast te stellen conform het formulier Verdelen en Verrekenen;
-
subsidiair: partijen te bevelen over te gaan tot verdeling van de huwelijksgemeenschap.
De verzoeken van de man:
-
een gebruiksvergoeding van € 643,33 per maand zolang de vrouw het uitsluitend gebruik van de woning heeft;
-
voor recht te verklaren dat, gezien de op 9-1-2017 tussen partijen gesloten huwelijkse voorwaarden, die terugwerken tot de datum van de huwelijksvoltrekking, partijen met ingang van datum huwelijksvoltrekking zijn gehuwd buiten elke gemeenschap van goederen en tussen partijen niets te verdelen/verrekenen valt.
Voor de overige feiten en het eerdere procesverloop verwijst de rechtbank naar de beschikkingen van 25 april 2023, 22 april 2024 en 28 april 2025.
3 De beoordeling
Bevoegdheid van de rechtbank en het toepasselijk recht
Omdat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om over de echtscheiding te beslissen, heeft zij ook rechtsmacht om te beslissen op de nevenverzoeken die betrekking hebben op de huwelijksvermogensrechtelijke afwikkeling.
Aangezien partijen op [trouwdatum] 2016 zijn getrouwd, moet de vraag welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van partijen worden beantwoord aan de hand van de regels van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978. Omdat partijen in hun huwelijkse voorwaarden een geldige rechtskeuze hebben gemaakt voor het Turkse recht, past de rechtbank dat recht toe.
Huwelijkse voorwaarden - verklaring voor recht
In de vorige beschikking heeft de rechtbank overwogen dat partijen geen belang meer lijken te hebben bij de verzoeken over de verdeling, nu zij het er over eens zijn dat er niets te verdelen valt.
Partijen hebben op 9 januari 2017 bij de notaris in Hatay, Turkije een overeenkomst gesloten betreffende de scheiding van goederen op een door de wet voorziene wijze (hierna: de huwelijkse voorwaarden). In de beëdigde vertaling van de huwelijkse voorwaarden van
26 september 2022 is het volgende opgenomen:
“Wij zijn op [trouwdatum] 2016 met elkaar gehuwd, wij verklaren en accepteren dat wij onderling vanaf de datum van de totstandkoming van het huwelijk wij de huwelijksregime van de scheiding van goederen hebben aanvaard, dat elk van ons, onder de voorwaarde dat het binnen de wettelijke grenzen blijft, het beheer, de begunstiging en gebruiksrecht zal behouden van het vermogen dat hem/haar toebehoort, dat degene die beweert dat een bepaald goed hem/haar toebehoort, gehouden zal zijn haar/zijn bewering te bewijzen, dat anderzijds de goederen van welke niet kan worden bewezen wie deze toebehoren, zullen worden beschouwd als goederen van gedeelde eigendom, dat elk van onze verantwoordelijk zal zijn voor zijn/haar schulden en voor het geheel van de goederen die hem/haar toebehoren, dat bij de beëindiging van het vermogensregime elk van ons de eigen goederen die in het beheer zijn van die ander zal terugkrijgen, dat degene die kan bewijzen dat hij/zij een hoger belang heeft, naast andere maatregelen, de levering van de goederen in ons mede-eigendom kan vragen door het aandeel van de ander op de dag van betaling te betalen.”
De vrouw heeft voor het eerst in haar brief van 5 maart 2024 en nogmaals (voor het laatst tijdens de zitting van 18 juni 2026) aangegeven dat zij (de totstandkoming van) de huwelijkse voorwaarden niet meer betwist. Zij heeft hiertoe besloten om voor een snellere en soepelere oplossing te kunnen zorgen, maar dat dit in hoger beroep wellicht anders zal zijn. Reden daarvan is dat de vrouw in bewijsnood zat om de geldigheid van de huwelijkse voorwaarden te betwisten. De vrouw stemt in met de huwelijkse voorwaarden vanaf de datum van ondertekening.
Gezien dit standpunt van de vrouw, kan de rechtbank niet anders dan uitgaan van de huwelijkse voorwaarden die een scheiding van goederen op grond van de Turkse wet inhoudt. In de huwelijkse voorwaarden staat dat deze terugwerken tot aan de huwelijkssluiting. De rechtbank sluit daarbij aan en volgt de stelling van de vrouw dat ze terugwerken tot de datum van ondertekening, niet.
De vrouw heeft verder aangevoerd dat de man, zonder haar medeweten, een eenmanszaak op haar naam is gestart, daarin werkzaamheden heeft verricht, bankrekeningen op haar naam heeft geopend en schulden heeft laten ontstaan. De vrouw wordt aangesproken voor de schulden.
De rechtbank overweegt dat voor zover de vrouw hiermee een beroep doet op de huwelijkse voorwaarden en wil dat de schulden/goederen als gedeelde dan wel als privé schuld/eigendom van de man wordt beschouwd, zij daartoe geen verzoeken heeft ingediend. De rechtbank overweegt dat een verdeling vaststellen conform het formulier Verdelen en Verrekenen geen verzoek is en dat het subsidiaire verzoek van de vrouw om partijen te bevelen over te gaan tot verdeling van de huwelijksgemeenschap moet worden afgewezen, omdat er geen sprake is van een huwelijksgoederengemeenschap. Hierdoor ligt het verzoek van de man in basis voor toewijzing gereed.
De rechtbank zal, rekening houdende met de inhoud/tekst van de huwelijkse voorwaarden, voor recht te verklaren dat, gezien de op 9-1-2017 tussen partijen gesloten huwelijkse voorwaarden, die terugwerken tot de datum van de huwelijksvoltrekking, partijen met ingang van datum huwelijksvoltrekking het huwelijksregime van de scheiding van goederen naar Turks recht hebben aanvaard. De rechtbank zal het gedeelte van het verzoek dat er tussen partijen niets te verdelen/verrekenen valt, afwijzen, omdat de rechtbank niet kan vaststellen of dat het geval is.
Gebruiksvergoeding
In de vorige beschikking heeft de rechtbank overwogen dat het achteraf instellen van een gebruiksvergoeding zich niet lijkt te verhouden tot de in de voorlopige voorzieningen gemaakte afspraken over de verdeling van de lasten van de woning voor de duur van de echtscheidingsprocedure en de door de vrouw – vanwege deze afspraken – ingetrokken verzoeken tot partneralimentatie en kinderalimentatie. Verder is in een eerdere beschikking bepaald dat de vrouw het gebruik van de woning en de inboedel tot uiterlijk zes maanden na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking mag voortzetten. Inmiddels is de echtscheiding ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand en heeft de vrouw de woning in april 2025 verlaten.
De man is in de gelegenheid gesteld om zijn verzoek nader te onderbouwen. De man heeft dit nagelaten, althans hij stelt dat de vrouw bewust zeer lang heeft gedaan om een eigen woning te vinden en schade aan de woning heeft aangericht.
De rechtbank zal het verzoek van de man afwijzen, omdat de vrouw onbetwist heeft aangevoerd dat zij conform de in de voorlopige voorzieningen gemaakte afspraken tot haar vertrek uit de woning heeft bijgedragen aan de gebruikerslasten van de woning. De rechtbank is van oordeel dat een gebruiksvergoeding ten laste van de vrouw zich dan ook niet verhoudt tot de eerder gemaakte afspraken. Bovendien is het de rechtbank ook niet gebleken dat het Turkse recht een mogelijkheid biedt om een gebruiksvergoeding in te stellen. Ook daar heeft de man zich niet over uitgelaten.
Uitvoerbaar bij voorraad
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
De proceskosten
De rechtbank zal beslissen dat ieder de eigen proceskosten betaalt, omdat zij geen reden ziet om één van partijen in de proceskosten te veroordelen.
4 De beslissing
De rechtbank:
verklaart voor recht dat, gezien de op 9-1-2017 tussen partijen gesloten huwelijkse voorwaarden, die terugwerken tot de datum van de huwelijksvoltrekking, partijen met ingang van datum huwelijksvoltrekking het huwelijksregime van de scheiding van goederen naar Turks recht hebben aanvaard;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten betalen;
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. D. van Bloemendaal, rechter, in samenwerking met mr. J.J. Terpstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! |
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! |
|
|
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. |
||
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |