Personen- en familierecht
Relatieve bevoegdheid Europese bewijsverordening, Uitvoeringswet. Verwijzing naar andere rechtbank.
Rechtbank Midden-Nederland, 23 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:5759 · Rechtbank Midden-Nederland · 23 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbmne-2026-5759
Zaakgegevens
Op 23 juli 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 23 juli 2026
- Datum publicatie
- 21 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/16/613903 / FO RK 26-898
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:5759
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Relatieve bevoegdheid Europese bewijsverordening, Uitvoeringswet. Verwijzing naar andere rechtbank.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/613903 / FO RK 26-898
Verwijzing naar een andere rechtbank
Beschikking van 23 juli 2026
in de zaak van:
[de man] ,
wonende in Duitsland,
hierna te noemen: de man,
tegen
[de vrouw] ,
wonende in Duitsland,
hierna te noemen: de vrouw.
1 De procedure
De rechtbank heeft op 30 juni 2026 het volgende verzoek ontvangen van de rechtbank in [plaats] (Duitsland):
‘De bevoegde autoriteit, Sociale Verzekeringsbank Zaanstad, Afd. AOW/Anw, Postbus 18600 in 3501 CR UTRECHT, voor de vaststelling van het bedrag van de pensioenrechten die [de man] , geboren op [geboortedatum] 1959, in Nederland heeft verworven tijdens de huwelijksperiode van [Datum huwelijk] 2012 tot en met [Datum echtscheiding] 2024.’
Het betreft een verzoek op grond van de verordening (EU) nr. [nummer] (de Europese Bewijsverkrijgingsverordening), in verband met een bij de Duitse rechtbank tussen partijen aanhangige echtscheidingsprocedure
2 De beoordeling
De rechtbank verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.
De rechtbank is van oordeel dat niet zij maar de rechtbank Noord-Holland bevoegd is om van het verzoek van de Duitse rechtbank kennis te nemen. Volgens artikel 2 lid 2 van de Uitvoeringswet Bewijsverkrijgingsverordening moet een verzoek om een handeling tot het verkrijgen van bewijs te verrichten namelijk worden gedaan aan de rechtbank binnen wier gebied de uitvoering van het verzoek moet geschieden. Dat is in dit geval de rechtbank Noord-Holland omdat de vestiging van de Sociale Verzekeringsbank waar het verzoek op ziet in Zaanstad is gelegen.
3 De beslissing
De rechtbank:
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. H.E. Spruit, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. F. de Kleijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026.