Personen- en familierecht
Wel een fout, maar geen kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv.
Rechtbank Midden-Nederland, 15 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7789 · Rechtbank Midden-Nederland · 15 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbmne-2026-7789
Zaakgegevens
Op 15 september 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Lelystad
- Datum uitspraak
- 15 september 2026
- Datum publicatie
- 3 november 2026
- Zaaknummer
- C/16/614170 / JL RK 26-419
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:7789
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wel een fout, maar geen kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/614170 / JL RK 26-419
beschikking van
in de zaak van:
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd te Almere, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de oma] ,
hierna te noemen: de oma
de voogd van [minderjarige] ,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader.
1 De verdere procedure
De GI heeft de rechtbank bij brief van 8 oktober 2026 verzocht de beschikking van deze rechtbank van 15 september 2026 te verbeteren. In de beschikking van 15 september 2026 heeft de rechtbank namelijk beslist dat de machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] wordt verlengd tot 5 oktober 2027 (C/16/614176). De GI had daarnaast verzocht om de machtiging uithuisplaatsing ook te verlengen van 23 september 2026 tot 5 oktober 2026, zodat deze gelijk zou lopen met de ondertoezichtstelling (C/16/614170). In dit verzoek heeft de rechtbank de GI niet-ontvankelijk verklaard en daarbij heeft zij overwogen dat de GI hierbij geen belang had, omdat het andere verzoek al werd toegewezen. De GI heeft de rechtbank erop gewezen dat deze beslissing in haar optiek onjuist is, omdat er dan een ‘gat’ ontstaat tussen 23 september en 5 oktober 2026. De GI heeft de rechtbank daarom gevraagd de beschikking te verbeteren.
2 De beoordeling
In de wet staat dat de rechtbank op verzoek van een partij of uit zichzelf (ambtshalve) een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere fout die zich voor eenvoudig herstel leent, kan verbeteren. Een ‘kennelijke fout’ in de zin van deze bepaling betekent: een fout waarvan voor iedereen op het eerste gezicht duidelijk is dat het om een vergissing gaat. Een evidente inhoudelijke fout van een rechter kan niet op deze manier verbeterd worden: daarvoor is hoger beroep bedoeld.
In dit geval is van zo’n vergissing als bedoeld in de wet geen sprake. De rechtbank constateert dat de GI gelijk heeft: de GI had wél een belang bij haar separate verzoek, want er is inderdaad een ‘gat’ ontstaan tussen 23 september 2026 en 5 oktober 2026. Er gold toen geen machtiging uithuisplaatsing, omdat de rechtbank de GI in haar het verzoek over deze periode (onterecht) niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dit is dus een fout van de rechtbank, maar geen fout waarvan op het eerste gezicht duidelijk is dat het om een vergissing gaat. Een fout als deze kan de rechtbank dan ook niet zelf herstellen. Dit is voor de betrokken partijen erg vervelend, maar de rechtbank kan dit helaas niet met een herstelbeschikking oplossen: hoe praktisch dit ook zo zijn, de rechtbank zou daarmee haar bevoegdheid overschrijden.
De rechtbank wijst daarom het verzoek tot verbetering af. Nu de rechtbank het verzoek afwijst, heeft de rechtbank ervan afgezien partijen de gelegenheid te geven zich daarover uit te laten.
3 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek om verbetering af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. J.M. Atema, kinderrechter, in samenwerking met W.P.J. Rubingh, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! |
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! |
|
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |