Personen- en familierecht
Afwijzing verzoek tot onderbewindstelling
Rechtbank Midden-Nederland, 23 juni 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:4997 · Rechtbank Midden-Nederland · 23 juni 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2015-4997
Zaakgegevens
Op 23 juni 2015 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 23 juni 2015
- Datum publicatie
- 6 juli 2015
- Zaaknummer
- 3872268 UT VERZ 15-3214 LEJ
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2015:4997
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing verzoek tot onderbewindstelling
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bewindsbureau
locatie Utrecht
zaaknummer: 3872268 UT VERZ 15-3214 LEJ
Beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling d.d. 23 juni 2015
Ingediend door:
[verzoeker]
wonende [adres]
[postcode] [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker(s).
De procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
-
het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 3 februari 2015;
-
de bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder(s) om tot bewindvoerder(s) te worden benoemd.
De beoordeling
Het verzoek strekt tot instelling van een bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende [verzoeker] voornoemd, geboren te [geboorteplaats] op [1964], wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand waardoor rechthebbende niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen.
Het verzoek tot onderbewindstelling is mondeling behandeld op 1 mei 2015. Daarbij waren aanwezig verzoeker en zijn zwager, die zijn mentor en de beoogd bewindvoerder is.
Ter zitting is besproken dat het de kantonrechter niet duidelijk was waarom instelling van het bewind noodzakelijk zou zijn. Vervolgens is de behandeling van het verzoek aangehouden om verzoeker in de gelegenheid te stellen om zijn verzoek nader aan te vullen of in te trekken. Bij email van 11 mei 2015 heeft de zwager van verzoeker aan de rechtbank laten weten dat verzoeker op grond van informatie die [A] heeft verstrekt, vasthoudt aan zijn verzoek tot onderbewindstelling. Hij heeft de kantonrechter gevraagd te beslissen.
De kantonrechter overweegt dat beschermingsbewind bestemd is voor mensen die niet in staat zijn hun vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Er moet sprake zijn van een noodzaak tot het instellen van het bewind.
Verzoeker heeft ter zitting gezegd dat hij altijd blind is geweest. Hij is nu vijftig jaar oud. Volgens de email van [A] aan de zwager van 8 mei 2015 is verzoeker in staat zijn finnaciële keuzes cognitief te overzien. De zwager heeft ter zitting gezegd dat hij bereid is door verzoeker gemachtigd te worden om betalingen via de bankrekening van verzoeker te verrichten. Daarvoor is de bewindvoering dus niet nodig. Volgens de email van [A] is verzoeker vlug angstig en kan hij moeilijk onder druk een beslissing nemen. In een rustige situatie kan hij dit wel goed. [A] vindt het daarom verstandig als verzoeker bij het nemen van financiële beslissingen ondersteuning krijgt van een bewindvoerder. De kantonrechter gaat er, gelet op de bereidheid van de zwager om als gemachtigde van verzoeker op te treden, van uit dat de zwager ook zonder bewindvoering de door [A] genoemde ondersteuning aan verzoeker kan en wil bieden. Er is niets concreets gesteld of gebleken waaruit kan worden afgeleid dat gevreesd moet worden dat verzoeker zonder bewindvoerder in bepaalde omstandigheden helemaal geen beslissing zal kunnen nemen. Kennelijk is dat in het verleden dan ook niet aan de orde geweest. Op grond van het voorgaande vindt de kantonrechter dat er geen noodzaak is tot het instellen van beschermingsbewind voor verzoeker. Daarom zal zij het verzoek afwijzen.
De beslissing
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. G.L.M. Urbanus, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2015, in tegenwoordigheid van de griffier. |
||
|
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend. |
||