Personen- en familierecht
uithuisplaatsing van kinderen in voorziening crisisopvang (vrouwenopvang) en mogelijke afspraken om terug te keren
Rechtbank Midden-Nederland, 17 juli 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:4092 · Rechtbank Midden-Nederland · 17 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2019-4092
Zaakgegevens
Op 17 juli 2019 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 17 juli 2019
- Datum publicatie
- 4 september 2019
- Zaaknummer
- C/16/484108 / JE RK 19-1384
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2019:4092
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
uithuisplaatsing van kinderen in voorziening crisisopvang (vrouwenopvang) en mogelijke afspraken om terug te keren
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 17 juli 2019deze uitspraak
ECLI:NL:RBMNE:2019:4092
Rechtbank Midden-Nederland · 24 juli 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:3525
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaakgegevens : C/16/484108 / JE RK 19-1384
datum uitspraak: 17 juli 2019
beschikking uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Regio Midden Nederland,
hierna te noemen de Raad, gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
betreffende
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] , Tunesië,
hierna te noemen [voornaam van minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 1] , Tunesië,
hierna te noemen [voornaam van minderjarige 2] ,
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2017 te [geboorteplaats 2] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige 3] ,
of gezamenlijk te noemen de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna te noemen de GI,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
[A] , hierna te noemen de vader,
wonende te [woonplaats] ,
[B] , hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats] .
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
- het mondelinge verzoek van de Raad van 5 juli 2019, gevolgd door het verzoekschrift met bijlagen van 7 juli 2019, ingekomen bij de griffie op 10 juli 2019;
- de beschikking van deze rechtbank van 5 juli 2019.
Het verzoek is besproken op de zitting van 17 juli 2019. Op die zitting waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat mr. M. Bakker,
- de heer [C] , namens de Raad,
- mevrouw [D] , namens de GI,
- de heer Khabote, tolk.
De moeder is niet op de zitting verschenen, maar zij is tijdens de zitting telefonisch gehoord.
Mr. Bakker heeft op de zitting pleitaantekeningen uitgedeeld en voorgelezen. Deze
pleitaantekeningen maken deel uit van het proces-verbaal.
De feiten
Het ouderlijk gezag over de kinderen wordt uitgeoefend door de ouders. De kinderen verblijven bij de moeder in een crisisvoorziening.
Bij beschikking van 5 juli 2019 zijn de kinderen voorlopig onder toezicht gesteld tot 5 oktober 2019. Ook is bij die beschikking machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een crisisvoorziening verleend met ingang van 5 juli 2019 voor de duur van twee weken.
De beslissing ten aanzien van de uithuisplaatsing is daarbij voor het overige aangehouden.
Het verzoek
De Raad heeft de voorlopige ondertoezichtstelling verzocht van de kinderen voor de duur van drie maanden. Ook is de uithuisplaatsing van de kinderen in een crisisvoorziening verzocht voor de duur van drie maanden. Van de verzochte termijn van de uithuisplaatsing is in de beschikking van 5 juli 2019 al twee weken verleend.
De verdere beoordeling
De kinderrechter stelt vast dat spanningen tussen de ouders ertoe hebben geleid dat de moeder en de kinderen verblijven in een voorziening voor vrouwenopvang. Op de zitting is de situatie van de kinderen en de ouders uitgebreid besproken. De kinderrechter heeft aangegeven dat zij het verzoek tot uithuisplaatsing van de Raad op de volgende manier heeft begrepen. De Raad verzoekt uithuisplaatsing omdat het voor de kinderen op dit moment het beste is dat zij niet bij hun beide ouders samen zijn en dat de ouders niet zelf over de verblijfplaats van de kinderen mogen beslissen. De Raad vindt het wel het beste dat de kinderen bij één van hun ouders verblijven en dat hun ouders elkaar niet ontmoeten.
Verder blijkt dat de ouders ermee kunnen instemmen dat de Raad en de GI zo snel mogelijk onderzoek gaan doen naar de haalbaarheid van de mogelijke volgende afspraken:
-
de moeder en de kinderen keren terug naar de echtelijke woning;
-
de vader verblijft bij oma vaderszijde;
-
de GI stelt een contactregeling op tussen de vader en de kinderen, waarbij er zo weinig mogelijk contact is tussen de ouders.
De kinderrechter wil dat hier snel duidelijkheid over komt en heeft daarom bepaald dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet op de zitting van 24 juli 2019 om 10.00 uur.
De kinderrechter zal in afwachting van de resultaten van dat onderzoek de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige 1] , [voornaam van minderjarige 2] en [voornaam van minderjarige 3] te verlengen tot en met 24 juli 2019. De beslissing over de uithuisplaatsing zal voor het overige worden aangehouden.
De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige 1] , [voornaam van minderjarige 2] en [voornaam van minderjarige 3] in een crisisvoorziening tot en met 24 juli 2019;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de beslissing over de uithuisplaatsing voor het overige aan;
bepaalt dat de behandeling zal worden voortgezet op de zitting van 24 juli 2019 om 10.00 uur in het gebouw van deze rechtbank.
|
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2019 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van E. Berghuis als griffier. |
||
|
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 juli 2019 |
||