Personen- en familierecht
kinderrechter stelt [minderjarige (voornaam)] onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland met…
Rechtbank Midden-Nederland, 23 december 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:7232 · Rechtbank Midden-Nederland · 23 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2025-7232
Zaakgegevens
Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 december 2025
- Datum publicatie
- 13 januari 2026
- Zaaknummer
- 603941
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2025:7232
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
kinderrechter stelt [minderjarige (voornaam)] onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland met ingang van 23 december 2025 tot 24 december 2026 omdat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten van een ondertoezichtstelling. De doelen van de komende tijd worden opgesomd.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/16/603941 / JE RK 25/1867
Datum uitspraak: 23 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over de ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Midden-Nederland, [plaats] ,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige (voornaam)] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[belanghebbende 1] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. M. Krol,
[belanghebbende 2] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te [plaats] ,
hierna te noemen de GI ,
1 Waar de procedure over gaat
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 11 december 2025, ontvangen op
diezelfde dag;
-
het raadsrapport van de Raad van 17 december 2025;
-
de brief met aanvullende producties van de moeder van 17 december 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 december 2025. Daarbij waren aanwezig:
-
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
-
de vader,
-
[A] en [B] namens de Raad;
-
[C] en [D] namens de GI.
Deze beschikking is een schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van de kinderrechter van 23 december 2025.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige (voornaam)] .
[minderjarige (voornaam)] woont bij haar moeder.
De kinderrechter heeft [minderjarige (voornaam)] bij beschikking van 24 september 2025 voorlopig onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 24 september 2025 tot 24 december 2025.
3 Het verzoek
De Raad verzoekt [minderjarige (voornaam)] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor een onderbouwing van het verzoek verwijst de kinderrechter naar het ingediende verzoekschrift.
4 De standpunten van belanghebbenden
De moeder refereert zich aan het oordeel van de kinderrechter, maar vindt het lastig dat er een onderzoek van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) dreigt.
De vader is het eens met het verzoek van de GI.
5 De beoordeling
De kinderrechter zal [minderjarige (voornaam)] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Op grond van artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek kan de kinderrechter een kind onder toezicht stellen als het kind in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. Daarnaast moet er sprake zijn van de situatie dat de ouder(s) de hulp die nodig is om die bedreiging weg te nemen, niet of niet genoeg accepteren. Tot slot moet bij de kinderrechter wel de verwachting bestaan dat de ouders binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van het kind zelf weer kunnen dragen.
Uit de stukken en het gesprek op de zitting volgt dat aan deze wettelijke voorwaarden is voldaan. Er is sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige (voornaam)] . De situatie tussen haar ouders kenmerkt zich door voortdurende conflicten en wantrouwen. De ouders zitten met elkaar vast in een onopgeloste en langdurige strijd over een vermeende stalking. Hoewel [minderjarige (voornaam)] zelf op dit moment nog niet veel symptomen van stress lijkt te vertonen, blijkt uit de rapportages en het onderzoek van de Raad dat de spanningen tussen de ouders onbedoeld doorwerken op haar emotionele veiligheid. De constante onrust en onzekerheid creëren een situatie waarin [minderjarige (voornaam)] -door de gespannen dynamiek tussen haar ouders- niet in staat is om zich volledig veilig en emotioneel beschikbaar op te stellen. Gelukkig ziet [minderjarige (voornaam)] haar vader op dit moment weer, maar het kan niet anders zijn dan dat de extreme situatie van wantrouwen tussen haar ouders invloed op haar heeft. Deze negatieve invloed beschadigt [minderjarige (voornaam)] . De kinderrechter vindt het positief dat de moeder de zorgregeling, zoals opgelegd door de rechter in deze rechtbank, uitvoert. Maar heeft ook begrepen dat de moeder het niet eens is met deze zorgregeling en daarom hoger beroep tegen deze uitspraak zal instellen. De manier waarop de moeder aankijkt tegen de omgang tussen de vader en [minderjarige (voornaam)] is zorgelijk. Het is juist belangrijk dat [minderjarige (voornaam)] voelt dat haar ouders over en weer de andere ouder vertrouwen en dat zij het zowel [minderjarige (voornaam)] als de andere ouder gunnen om tijd met elkaar door te brengen. De ouders moeten [minderjarige (voornaam)] het gevoel geven dat [minderjarige (voornaam)] die toestemming heeft. Daar is op dit moment helaas geen sprake van.
De vrijwillige hulpverlening heeft ondanks meerdere pogingen niet geleid tot de nodige veranderingen in de situatie van [minderjarige (voornaam)] . Op dat moment was er namelijk zelfs geen omgang tussen de vader en [minderjarige (voornaam)] . Deze omgang is er pas gekomen binnen de ondertoezichtstelling. De ouders lijken beiden steeds meer vast te houden aan hun eigen overtuigingen over elkaar. En de situatie wordt er niet beter op door het inzetten van privé onderzoekers en media. Wat ook niet helpt, is dat de moeder steeds aangeeft dat zij geen vertrouwen heeft in de hulpverlenende instanties en de bevindingen die zij presenteren. Dit belemmert de effectiviteit van de hulpverlening. De kinderrechter deelt de zorgen van de Raad: de moeder dient zich op het belang van [minderjarige (voornaam)] te richten. In deze omstandigheden zal het vrijwillig kader niet voldoende verbetering kunnen brengen. De regie en rust van een GI is noodzakelijk.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling uitspreken voor de duur van een jaar. De situatie vereist namelijk intensieve begeleiding en monitoring, omdat er nog geen zicht is op een verandering in het gedrag van de ouders of op het verbeteren van de omgang tussen hen. De communicatie tussen beide ouders is gebrekkig en de obstakels in de samenwerking worden steeds groter.
De GI zal de komende tijd werken aan de volgende doelen:
-
[minderjarige (voornaam)] kan erop vertrouwen dat zij onbelast mag opgroeien in haar beide opvoedingssituaties en dat zij niet geconfronteerd wordt met onrust tussen haar ouders;
-
[minderjarige (voornaam)] kan erop vertrouwen dat er zicht komt (d.m.v. hulpverlening) op beide opvoedingssituaties;
-
[minderjarige (voornaam)] kan erop vertrouwen dat ouders werken aan een manier waarop zij in het belang van [minderjarige (voornaam)] met elkaar kunnen communiceren op een constructieve wijze;
-
[minderjarige (voornaam)] kan erop vertrouwen dat er een persoonlijkheidsonderzoek gedaan wordt bij beide ouders;
-
[minderjarige (voornaam)] kan erop vertrouwen dat er zicht komt op haar ontwikkeling;
-
[minderjarige (voornaam)] kan er op vertrouwen dat ouders inzicht krijgen in wat een co- ouderschapsregeling mogelijk voor haar betekent (psycho-educatie) en leren hierop te anticiperen.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.6. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
stelt [minderjarige (voornaam)] onder toezicht van Stichting Samen Veilig Midden-Nederland met ingang van 23 december 2025 tot 24 december 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2026 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. C.A. Lammertink als griffier, en op schrift gesteld en ondertekend op 13 januari 2026. |
||
|
|
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.