Personen- en familierecht
Strafzaak en Wet Bopz-zaak tegelijk behandeld. De rechtbank legt niet alleen een straf op, maar verleent ook…
Rechtbank Midden-Nederland, 31 juli 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:8547 · Rechtbank Midden-Nederland · 31 juli 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbmne-2015-8547
Zaakgegevens
Op 31 juli 2015 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 31 juli 2015
- Datum publicatie
- 1 december 2015
- Zaaknummer
- C/16/396996/FA RK 15-4868
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2015:8547
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Strafzaak en Wet Bopz-zaak tegelijk behandeld. De rechtbank legt niet alleen een straf op, maar verleent ook een civielrechtelijke BOPZ-machtiging tot verplichte opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Zie ook RBMNE:2015:5759 (strafzaak)
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht, kamer voor de behandeling van een combinatie van een strafzaak en zaak op het gebied van de Wet Bopz.
Locatie Utrecht
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/396996 / FA RK 15-4868
Voorlopige machtiging
Beschikking van de meervoudige kamer van 31 juli 2015
op het verzoek van de officier van justitie van 22 juli 2015 tot het verlenen van een voorlopige machtiging ten aanzien van:
[verdachte] (ook bekend als Brandon NESLO),
geboren op [1992] ,
wonende te [adres] ,
verblijvende in PPC Zwolle, Huub van Doornestraat 15 te Zwolle.
De rechtbank heeft kennis genomen van de bij het verzoek overgelegde stukken, waaronder de op 21 juli 2015 ondertekende en met redenen omklede geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).
De rechtbank heeft gehoord:
- de betrokkene,
- mr. S. Makhloufi, advocaat te Utrecht, raadsvrouw van betrokkene,
- de officier van justitie.
Met instemming van de raadsvrouw en betrokkene heeft deze hoorzitting op 24 juli 2015 plaatsgevonden tegelijkertijd met de behandeling van een strafzaak bekend onder nummer 16/661330-15 en de daarbij aangebrachte vorderingen tenuitvoerlegging van twee voorwaardelijk opgelegde straffen. Eveneens hebben zij ingestemd met het geven van de beschikking op 31 juli 2015.
Door het horen van de hierboven genoemde personen, in samenhang met de overgelegde stukken, acht de rechtbank zich in voldoende mate voorgelicht.
Ter zitting is gebleken dat betrokkene thans in het kader van een voorlopige hechtenis gedetineerd is in het Psychiatrisch Penitentiair Centrum (PPC) te Zwolle in verband met de tegelijkertijd behandelde strafzaak. De einddatum van deze detentie was ten tijde van het horen op het verzoek van de officier nog niet bekend.
Betrokkene kan zich vinden in de diagnose die bij hem is gesteld. Zodoende stemt hij in met een machtiging voor de duur van zes maanden.
Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat hoewel betrokkene aangeeft dat hij opname en behandeling nodig heeft, over de noodzaak tot opname wisselende uitspraken doet als gevolg van zijn emotieregulatieproblematiek. Hij geeft aan dat er vroeg of laat een moment komt dat hij geen opname meer wil en dan alsnog zal gaan als er geen dwingend kader is.
De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de door haar gehouden verhoren en verkregen inlichtingen tot de overtuiging gekomen dat betrokkene gestoord is in zijn geestvermogens en dat de stoornis van de geestvermogens, te weten een persoonlijkheidsstoornis, de betrokkene gevaar doet veroorzaken. De rechtbank is van oordeel dat het gevaar, namelijk het gevaar dat de betrokkene zichzelf van het leven zal beroven of zichzelf ernstig lichamelijk letsel zal toebrengen alsmede het gevaar dat betrokkene een ander van het leven zal beroven of hem ernstige letsel zal toebrengen, niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten het ziekenhuis kan worden afgewend.
Tegelijkertijd met deze beschikking wijst de rechtbank vonnis in de tegen betrokkene lopende strafzaak. Bij dit strafvonnis wordt de voorlopige hechtenis opgeheven op 12 augustus 2015 zodra betrokkene in de Dr Henri van der Hoevenkliniek te Utrecht is opgenomen.
De rechtbank:
- verleent voorlopige machtiging tot het verblijf van betrokkene in de Kliniek voor Intensieve Behandeling van de Dr. Henri van der Hoevenkliniek te Utrecht, of in een ander psychiatrisch ziekenhuis, ingaand heden tot en met 31 januari 2016 onder de opschortende voorwaarde dat de voorlopige hechtenis is opgeheven;
- bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de voorlopige machtiging dient te geschieden binnen veertien dagen nadat zich de in de opschortende voorwaarde genoemde gebeurtenis, in casu het opheffen van de voorlopige hechtenis, heeft voorgedaan.
Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en O.P. van Tricht, rechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 juli 2015.