Personen- en familierecht

Voorlopige voorzieningen. De rechtbank heeft zorgen over de psychische toestand waarin de man verkeert en…

Rechtbank Midden-Nederland, 17 juli 2026

Zaakgegevens

Op 17 juli 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
17 juli 2026
Datum publicatie
15 augustus 2026
Zaaknummer
C/16/612135 / FA RK 26-1047
Procedure
Voorlopige voorziening
Advocaat
mr. T. Erdal
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:5562
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen. De rechtbank heeft zorgen over de psychische toestand waarin de man verkeert en twijfelt of de man de gevolgen van instemmen met de verzoeken van de vrouw overziet. Daarom zal zij de verzoeken volledig inhoudelijk beoordelen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/612135 / FA RK 26-1047

Voorlopige voorzieningen

Beschikking van 17 juli 2026

in de zaak van:

[de vrouw] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. T. Erdal,

tegen

[de man] ,

wonende in [woonplaats] ,

hierna te noemen: de man.

1 De procedure

1.1

De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het verzoekschrift van de vrouw, binnengekomen op 25 mei 2026;

  • het bericht van de vrouw van 1 juni 2026.

1.2

De verzoeken zijn behandeld tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van

3 juli 2026. Daarbij waren de vrouw met haar advocaat en een tolk, mevrouw L. Gezik, fysiek op de rechtbank aanwezig. De man heeft telefonisch aan de zitting deelgenomen. Hij wilde niet fysiek aanwezig zijn, omdat hij geen vertrouwen heeft in de Nederlandse overheid.

2 Waar deze procedure over gaat

2.1

Partijen zijn met elkaar getrouwd in Turkije.

2.2

Partijen hebben samen meerdere kinderen, waarvan er nog drie minderjarig zijn:

  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] ;

  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats] ;

  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 in [geboorteplaats] .

2.3

De vrouw wil scheiden. Zij vraagt de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen. Dat zijn tijdelijke maatregelen die gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure.

2.4

De vrouw verzoekt de rechtbank te bepalen dat:

I. de kinderen voorlopig aan de vrouw worden toevertrouwd;

II. de man voor de duur van het geding dient bij te dragen in de kosten

van verzorging en opvoeding van de kinderen met € 50,- per maand per kind, te voldoen bij vooruitbetaling aan de vrouw met ingang van de datum van indiening van het verzoek, althans een bijdrage en ingangsdatum zoals door de rechtbank in goede justitie te bepalen;

III. de man voor de duur van het geding dient bij te dragen in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw met € 500,- bruto per maand, dan wel € 400,- netto per maand, te voldoen bij vooruitbetaling aan de vrouw met ingang van de datum van indiening van het verzoek, althans een bijdrage en ingangsdatum zoals door de rechtbank in goede justitie te bepalen;

IV. de vrouw bij uitsluiting van de man gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning voor de duur van het geding, met bevel dat de man de woning dient te verlaten, met machtiging van de vrouw om deze beschikking zo nodig zelf ten uitvoer te leggen met behulp van politie en justitie.

Alles met compensatie van de proceskosten.

2.5

De man heeft tijdens de zitting gezegd dat hij het goed vindt als de vrouw voor de kinderen zorgt en dat het ook geen probleem is als alleen de vrouw in de woning verblijft. De rechtbank heeft echter zorgen over de psychische toestand waarin de man verkeert en twijfelt of de man de gevolgen van instemmen met de verzoeken van de vrouw overziet. Daarom gaat de rechtbank er niet van uit dat de man geen verweer voert en zal zij hierna de verzoeken volledig inhoudelijk beoordelen.

3 De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

3.1.

De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht in deze voorlopige voorzieningenprocedure en zal Nederlands recht toepassen.

Het toevertrouwen van de kinderen

3.2.

De rechtbank zal de minderjarige kinderen toevertrouwen aan de vrouw. Dat betekent dat de vrouw de (dagelijkse) zorg over de kinderen krijgt.

3.3.

De vrouw heeft onweersproken gesteld dat partijen gedurende het huwelijk een traditionele rolverdeling hanteerden, waarbij de vrouw belast was met het huishouden en de dagelijkse verzorging en opvoeding van de kinderen, terwijl de man voornamelijk voorzag in het gezinsinkomen. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de vrouw sinds de geboorte van de kinderen feitelijk hun primaire verzorger is geweest. Het is voor de kinderen belangrijk dat de situatie die zij gewend zijn zoveel mogelijk wordt voortgezet.

Het gebruik van de woning

3.4.

De rechtbank zal bepalen dat alleen de vrouw de woning aan de [adres] in [woonplaats] mag gebruiken. Dat betekent dat de man de woning moet verlaten en zonder toestemming van de vrouw niet meer mag binnenkomen.

3.5.

De vrouw stelt dat de man psychische problemen heeft. Volgens de vrouw leiden de gedragingen van de man regelmatig tot escalaties binnen de woning. Er zou sprake zijn van agressie en drugsgebruik, wat zorgt voor veel spanningen en een instabiele en onveilige thuissituatie. Mede vanwege de gezondheidstoestand van één van de meerderjarige kinderen, is het belangrijk dat er rust en stabiliteit voor het gezin komt. De vrouw heeft aangegeven dat de huisarts de man naar de psychiater wil doorverwijzen met oog op een mogelijke dwangopname. Volgens de man heeft hij geen hulp nodig. De man ontkent dat hij drugs gebruikt.

3.6.

Het is de rechtbank voldoende gebleken dat partijen door alles wat er speelt niet langer samen in de woning kunnen (blijven) wonen. Het gesprek met de man op zitting bevestigde het beeld dat de man kampt met psychische problemen. Hij was op momenten moeilijk te volgen en de inhoud van een aantal van zijn uitspraken leek niet aan te sluiten bij de werkelijkheid. Deze situatie heeft de nodige (negatieve) impact op het gezin en is daarmee onhoudbaar. De rechtbank weegt daarom de verschillende belangen van partijen bij het uitsluitend gebruik van de woning tegen elkaar af. In dit geval vindt de rechtbank dat het belang van de vrouw om in de woning te blijven wonen, zwaarder weegt dan het belang van de man. De reden daarvoor is dat de minderjarige kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd en het is belangrijk dat de kinderen voorlopig in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen.

3.7.

Het verzoek van de vrouw om te bepalen dat politie en justitie kunnen worden ingeschakeld om deze beschikking ten uitvoer te leggen zal de rechtbank afwijzen. Volgens de wet kan de deurwaarder sowieso de politie inschakelen als dat nodig is, zodat de rechtbank dat niet afzonderlijk hoeft te bepalen.

De kinderalimentatie en de partneralimentatie

3.8.

De rechtbank zal de verzoeken van de vrouw om kinderalimentatie en partneralimentatie afwijzen.

3.9.

Bij het bepalen van de behoefte aan alimentatie en de financiële draagkracht om die te voldoen, hanteert de rechtbank de uitgangspunten, zoals deze zijn opgenomen in de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie. Vanuit praktisch oogpunt zal de rechtbank in het kader van deze voorlopige voorziening, zonder de behoefte van de kinderen en de vrouw precies uit te rekenen, eerst de draagkracht van de man beoordelen.

3.10.

De rechtbank is van oordeel dat de man op dit moment geen draagkracht heeft om kinderalimentatie en/of partneralimentatie te betalen. Het ontbreekt de rechtbank aan financiële stukken om de draagkracht van de man te kunnen berekenen. Op basis van het verzoekschrift en de mondelinge behandeling is echter voldoende gebleken dat de onderneming van de man op het randje van faillissement balanceert vanwege problematische schulden en dat de man daardoor op dit moment geen inkomen heeft.

De proceskosten

3.11.

De rechtbank zal bepalen dat ieder de eigen proceskosten betaalt, omdat zij geen reden ziet om één van partijen in de proceskosten te veroordelen.

4 De beslissing

voor de duur van de echtscheidingsprocedure

De rechtbank:

4.1

vertrouwt de minderjarige kinderen toe aan de vrouw;

4.2

bepaalt dat de vrouw is gerechtigd tot het uitsluitend gebruik van de woning aan de [adres] in [woonplaats] , met bevel dat de man die woning moet verlaten en deze verder niet mag betreden;

4.3

bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten betalen;

4.4

wijst de verzoeken van de vrouw voor het overige af.

Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. F. Rethmeier, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. J.M. van de Griendt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026.