Verbintenissenrecht
Factuur taxatiewerkzaamheden, bestaan overeenkomst onvoldoende onderbouwd.
Rechtbank Midden-Nederland, 14 september 2022
ECLI:NL:RBMNE:2022:3703 · Rechtbank Midden-Nederland · 14 september 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2022-3703
Zaakgegevens
Op 14 september 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amersfoort
- Datum uitspraak
- 14 september 2022
- Datum publicatie
- 15 september 2022
- Zaaknummer
- 9924489 \ AC EXPL 22-1402
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2022:3703
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Factuur taxatiewerkzaamheden, bestaan overeenkomst onvoldoende onderbouwd.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 9924489 \ AC EXPL 22-1402
Vonnis van 14 september 2022
in de zaak van
[eiser] , handelend onder de naam [handelsnaam] ,
wonende in [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: J.J. Sikkema,
tegen
[gedaagde] ,
wonende in [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 6,
- de conclusie van antwoord met onderbouwing 1 tot en met 6,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.
2 Waar gaat het over?
[eiser] stelt dat hij op 29 maart 2021 een overeenkomst van opdracht met [gedaagde] heeft gesloten, waarbij [gedaagde] [eiser] opdracht heeft gegeven om de door hem aan te kopen woning aan de [adres] in [plaats] te taxeren. [gedaagde] heeft de factuur van 13 april 2021 van [eiser] niet betaald. [eiser] vordert – samengevat – dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de factuur met een totaalbedrag van € 540,-. [eiser] vordert ook betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. [gedaagde] is het niet eens met de vordering en voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3 De beoordeling
Hoewel partijen het erover eens zijn dat de woning aan de [adres] in [plaats] is getaxeerd ten behoeve van de aankoop door [gedaagde] , kan de kantonrechter niet vaststellen dat [eiser] in opdracht van [gedaagde] (al dan niet via een tussenpersoon) de woning heeft getaxeerd.
[gedaagde] betwist namelijk dat hij de opdracht aan [eiser] heeft verstrekt en dat de digitale overeenkomst (productie 1 van [eiser] ) door of namens hem is ondertekend. De persoonsgegevens van [gedaagde] staan weliswaar in de overeenkomst vermeld, maar er zijn geen aanknopingspunten waaruit blijkt dat dat die door of namens hem is ondertekend. De digitale overeenkomst bevat geen bijzondere handtekening of een kenmerk. Door [eiser] is ook niet uitgelegd hoe de overeenkomst tot stand zou zijn gekomen, waardoor dit onduidelijk is gebleven.
[eiser] stelt daarnaast dat [gedaagde] hem toegang heeft verleend tot de woning. Daaruit kan volgens [eiser] worden afgeleid dat [gedaagde] hem de opdracht heeft verstrekt. Ook dit wordt door [eiser] betwist, omdat hij op het moment van de taxatie nog geen eigenaar was van de woning. De toenmalige eigenaren hebben een taxateur toegelaten tot de woning. Uit door [gedaagde] overgelegde e-mailcorrespondentie blijkt daarbij dat zij de afspraak met een taxateur ( [gedaagde] stelt: makelaar [A] ) hebben bevestigd. Een taxatierapport van [eiser] is ook niet overgelegd en ontbreekt dus in deze procedure. [eiser] heeft al met al – in het licht van de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] – onvoldoende onderbouwd dat hij een overeenkomst heeft gesloten met [gedaagde] . De vordering van [eiser] moet daarom worden afgewezen.
[eiser] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. [gedaagde] procedeert in persoon. Zijn proceskosten worden begroot op nihil.