Verbintenissenrecht

Vordering afgewezen omdat de kantonrechter ervan uitgaat dat er geen rechtsbetrekking tussen eiser en…

Rechtbank Midden-Nederland, 28 september 2022

Zaakgegevens

Op 28 september 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
28 september 2022
Datum publicatie
9 november 2022
Zaaknummer
9872689 \ UC EXPL 22-3199
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2022:4477
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vordering afgewezen omdat de kantonrechter ervan uitgaat dat er geen rechtsbetrekking tussen eiser en gedaagde bestaat.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer: 9872689 \ UC EXPL 22-3199

Vonnis van 28 september 2022

in de zaak van

[eiser] handelend onder de naam [handelsnaam],

wonende in [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.,

tegen

[gedaagde] B.V.,

gevestigd in [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 5,
- de conclusie van antwoord met 1 bijlage.

1.2.

[eiser] heeft verzocht om uitstel voor het indienen van zijn conclusie van repliek. De kantonrechter heeft uitstel verleend tot 14 september 2022. [eiser] heeft geen conclusie van repliek ingediend.

1.3.

De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.

2 Waar gaat het over?

2.1.

[eiser] is een bedrijf in [.] . [eiser] heeft op 23 september 2017 een Apk-keuring en een onderhoudsbeurt uitgevoerd aan een auto, een Volvo met het kenteken [kenteken] . Op 29 december 2017 heeft [eiser] daarvoor een factuur gestuurd aan ‘ [...] t.a.v. [A] ’.

2.2.

De factuur heeft een totaalbedrag van € 766,96 en een betalingstermijn van veertien dagen. [eiser] vordert in deze procedure betaling van de factuur, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum van de factuur. [eiser] vordert ook betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, de proceskosten en de nakosten.

2.3.

[gedaagde] voert verweer en stelt dat [eiser] de verkeerde partij heeft gedagvaard.

2.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat zij nooit zaken heeft gedaan met [eiser] . Zij is niet bekend met de werkzaamheden waarvan [eiser] betaling vordert. De factuur is gericht aan ‘ [...] ’ en dat viel volgens [gedaagde] onder de vennootschap [onderneming] B.V. Die laatste vennootschap is inmiddels opgeheven.

3.2.

[eiser] heeft niet gereageerd op het verweer van [gedaagde] . De kantonrechter gaat er daarom van uit dat er geen rechtsbetrekking bestaat tussen [eiser] en [gedaagde] . De vordering van [eiser] wordt daarom afgewezen.

3.3.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. [gedaagde] procedeert in persoon, de kosten aan de zijde van [gedaagde] worden daarom begroot op nihil.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

wijst de vordering af;

4.2.

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op

28 september 2022.