Verbintenissenrecht
Is gedaagde opdrachtgever? Is niet vast komen te staan.
Rechtbank Midden-Nederland, 8 november 2023
ECLI:NL:RBMNE:2023:7742 · Rechtbank Midden-Nederland · 8 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2023-7742
Zaakgegevens
Op 8 november 2023 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almere
- Datum uitspraak
- 8 november 2023
- Datum publicatie
- 15 juli 2024
- Zaaknummer
- 10579381 \ MC EXPL 23-3609
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2023:7742
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Is gedaagde opdrachtgever? Is niet vast komen te staan.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 10579381 \ MC EXPL 23-3609
Vonnis van 8 november 2023
in de zaak van
[eiser] VOF,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: R. van Dijk, werkzaam bij Juristu Incassodiensten B.V.,
tegen
[gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. I. van Leusden-Willemse.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.
2 De beoordeling
Waar gaat de zaak over
[eiser] heeft een statische berekening gemaakt ten behoeve van een bouwproject in of bij een woning in Laren. De verbouwing werd uitgevoerd door [gedaagde] . De bij het bouwproject betrokken architect was de heer [architect] . [eiser] heeft haar werkzaamheden bij factuur van 21 september 2021 in rekening gebracht bij [gedaagde] , voor € 1.439,90 inclusief btw. [gedaagde] heeft die factuur onbetaald gelaten, want volgens hem is hij helemaal geen opdrachtgever van [eiser] . Volgens [eiser] wel, en daarom vordert [eiser] betaling van [gedaagde] van die factuur in deze procedure, met nevenvorderingen.
Wat oordeelt de kantonrechter
De kantonrechter kan kort zijn. Omdat [gedaagde] ontkent dat hij opdrachtgever is, had het op de weg van [eiser] gelegen om duidelijk te maken waarom [gedaagde] dat wel zou zijn. Dat doet [eiser] op geen enkele manier. Bij repliek voert zij aan dat zij de opdracht gekregen zou hebben van de heer [architect] (de architect), die een hulppersoon zou zijn van [gedaagde] . Maar [gedaagde] ontkent dat en [eiser] voert niets aan waaruit dat zou moeten blijken. De vordering voor de hoofdsom wordt dus, als onvoldoende onderbouwd, afgewezen. De nevenvorderingen delen dit lot.
[eiser] is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten en de nakosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de kosten van [gedaagde] begroot op € 438,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x tarief € 199,00 + € 40,00 nasalaris).
3 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 438,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] ook de kosten van betekening betalen;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar bij vervroeging uitgesproken door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, op 8 november 2023.
RW 1368